olijfje.punt.nl
 
 
Waar ze het lef vandaan haalde, wist ze zelf ook eigenlijk niet.
Ze was niet zo'n avontuurlijk typje. Eigenlijk.
Maar vandaag had ze zichzelf in de spiegel aangekeken, haar schouders naar achteren getrokken en iets moediger dan ze zich voelde, gezegd: doe's iets geks!
Om vervolgens met haar ogen te rollen en mompelend naar de badkamer te lopen.
 
Ze zag 'm bijna elke dag op het werk.
Een groot bedrijf met sfeerloze kantoortuinen. Kantoortuinen. Ook zo'n woord.
Ze kreeg er altijd een heel groen en weelderig gevoel bij, maar feitelijk was het niets anders dan poepbruine schotten en donkerblauwe vloerbedekking en veel, heel veel mensen die ineengedoken van 9 tot vijf achter een computer zaten.
Maar hij werkte er.
Ze zeiden goedemorgen en fijne avond tegen elkaar en verder niets.
Soms wat steelse blikken.
Bij het degelijke Douwe Egberts-koffieapparaat. Of in de lift.
Maar nu was het tijd voor actie. Vond ze. En haar vriendinnen eigenlijk ook.
Hij woonde in dezelfde stad als zij, maar omdat ze geen idee had waar het was, had ze een taxi gebeld.
Dat gaf wel een gevoel van luxe. En ook van avontuur.
Zo deden mensen dat ook in films. Die lieten zich rijden. Of door een paard.
Maar ze was niet zo'n paardenfan. En vind er maar eens één hè.
Bovendien, zonder Robert Redford was het ook net niets.
Nu stond ze voor zijn deur. De zenuwen waren plots verdwenen.
Ze zag een hand op de bel, oh, dat was de hare, en hoorde een korte rinkel.
Fok. Dacht ze. En zette een glimlach op.
Gerommel aan de andere kant van de deur. En toen deed hij open.
Hij keek haar aan en schrok zichtbaar.
'Hallo.' Zei ze. 'Ik eh...was in een gekke bui. Eh. Haha. Dacht eh..kom eens op bezoek.'
Dit verloopt verre van soepeltjes, sterk begin meid!
'Mag ik eh..binnenkomen?'
Ze keek in zijn nog altijd verbouwereerde gezicht. Perste haar lippen op elkaar voor ze nog meer onzin uitbraakte.
'Nee!' zei hij.
Een werkelijk succesvol avontuur. Ja. Heel Notting Hill dit.
Hij hield de deur op een kier, maar zwaaide hem toen opeens open.
'Ja. Nee. Ik bedoel natuurlijk ja, kom binnen. Sorry.'
Aarzelend stapte ze naar binnen. Een typisch mannenhuis.
Weinig meubels, weinig frutsels. Niks overtolligs. Gewoon de basics.
'Wat kom je doen?' vroeg hij haar. Hij stond nog bij de deur en liep langzaam de kamer in.
God. Wat een rotvraag. Dat gebeurde nou weer niet in films.
Ze stotterde iets over 'gewoon' en 'jeweetwel' en hervond zich toen. Avontuur, weet je nog?!
'Ik vroeg me af of je misschien zin had in een betere kop koffie dan die op kantoor.'
Hee. Die zin had ze niet eens ingestudeerd.
Hij keek haar nog steeds vrij wezenloos aan. Z'n ogen, bruin, lieten een argwanende aarzeling zien.
Toen lachte hij: 'Sorry, ik ben even...ik..er staat niet elke dag een vrouw voor mijn deur.'
Zij lachte ook. 'Niet? Dat verbaast me!'
'We gaan koffie drinken!' Hij had het bijna geroepen. Enthousiast opeens.
IJs gebroken. Thank heavens.
Hij had zich omgekleed, zij had om zich een houding te geven, zijn boeken bekeken.
Als ze naar de hoezen van pornofilms had staan kijken, had ze het wellicht niet eens gemerkt.
Toen hij eindelijk uit de slaapkamer kwam lopen, met andere kleren aan, was ze plots weer zenuwachtig geworden.
Zomaar hierheen komen. Silly girl.
Maar hij had haar vriendelijk aangekeken en was naar haar toegelopen.
Toen hij voor haar stond, hij rook fris gewassen, had hij haar voorzichtig en heel kort gekust.
Nu was zij degene die even sprakeloos was geweest.
Ze waren koffie gaan drinken, hadden veel gepraat maar nog meer naar elkaar gekeken.
Ze waren weer teruggegaan en in bed beland. Het had vreemd vertrouwd gevoeld.
Zoals dat gebeurt in niet al te realistische films.
Ze had als een geit liggen glimlachen naar hem. Dat deed Julia Roberts dan weer niet.
Maar mysterieus voor zich uit kijken was dan ook niet zo haar ding.
Bij het afscheid had hij geknipoogd en hoofdschuddend de deur dicht gedaan.
Bijna huppelend was ze weggelopen.
Althans, tot ze tot de ontdekking kwam dat ze geen idee had waar ze was en 10 minuten had moeten lopen alvorens een taxi te vinden.
Ook niet zoals het in films ging, maar vooruit dan maar. Ze was vrolijk geweest. Uitgelaten.
Op maandag was hij niet op kantoor verschenen.
De volgende dag ook niet.
Na 3 weken hield ze op met hoopvol naar de liftdeuren te kijken.
Na 6 weken reed ze stiekem langs zijn huis en zag slechts gesloten gordijnen.
Ze had hem nooit meer gezien.
Een zeer onbevredigende romkom vond ze zelf.
Lees meer...   (28 reacties)
 
Hij zag haar zitten op de olijfgroene loungebank.
Waarvan hij niet begreep wat het ding deed op een terras. Een loungebank.
Maar dat hoorde wellicht bij de huisstijl van het net geopende grand café.
'Lekker relaxed.'
Ze bekeek de menukaart en pulkte ondertussen afwezig enkele kiezelsteentjes uit haar open schoenen.
Ze kwam hem bekend voor en dat wilde hij haar zeggen.
Maar bij de gedachte alleen al schudde hij zijn hoofd.
Ze zag 'm al aankomen.
Maar het vertrouwde gevoel dat ze hem gaf, kon hij niet wegstoppen noch thuisbrengen.
Een hoogblonde ober bracht hem zijn koffie en schoof een bonnetje onder het schoteltje.
Veilig vanachter zijn zonnebril bestudeerde hij haar.
Ze rommelde met haar telefoon en lachte ergens om.
Om iets dat ze stuurde. Of om iets dat ze las.
Onwillekeurig moest hij lachen om haar binnenpretje.
Toen keek ze hem opeens recht aan en hij voelde z'n lach bevriezen.
Ze keek naar hem. Lang en nadenkend.
Hij vroeg zich af hoe donker z'n brillenglazen eigenlijk waren. Te licht waarschijnlijk.
Haar blik maakte hem zenuwachtig maar hij durfde zich niet te verroeren.
Ze wendde zich weer naar haar telefoon. Keek nog heel even naar hem totdat de ober in hun gezichtsveld kwam staan.
Hij hapte even naar adem en het geroezemoes van de mensen om hem heen drong tot hem door.
Hij had niet in de gaten gehad dat de geluiden verdwenen waren.
Alsof hij 2 minuten onder water was geweest.
Plots stond hij op. Nogal abrupt. Hij schrok er zelf van.
Zijn bovenbeen raakte de tafel waardoor een beetje koffie op de tafel klotste, maar dat zag hij niet.
Hij liep naar haar toe, richting de loungebank, en liep er voorbij.
Hij bleek toch iets minder vastberaden dan hij dacht.
Hij probeerde zich lichtvoetig en geluidloos door het iets te diepe witte grind te verplaatsen maar had nog geen idee welke kant hij op liep.
Hij dook het café in en waste zijn handen op het toilet.
Toen hij zichzelf in de spiegel bekeek, sprak hij zichzelf vermanend toe.
Wat was er met hem aan de hand? Belachelijk gedrag. Dat was hij niet van zichzelf gewend.
Hij neuriede wat valse tonen om zichzelf er van te overtuigen dat hij weer op z'n gemak was.
Dat hielp.
Eenmaal buiten liet hij wat tafeltjes tussen hem en de loungebank.
Steels keek hij opzij. De bank was leeg.
Pas toen hij terug was bij zijn plaats, zag hij haar zitten.
Op zijn stoel. Aan zijn tafeltje. Bij zijn halfvolle kop koffie.
Hij kwam dichterbij en ze draaide zich naar hem toe.
Ze glimlachten allebei.
'Ken ik jou niet ergens van?'
'Ja.' Zei hij.
Lees meer...   (20 reacties)
 
Hij liep een halve meter achter haar.
Nooit anders geweest. Al die 17 jaren.
Hij was er nooit achtergekomen of hij nu te langzaam liep of zij te snel.
Maar hij was op zo'n punt aanbeland dat hij haar van alles de schuld wilde geven.
Hij keek naar haar rug.
Naar het blauwe windjack dat ze al 5 jaar droeg.
Het stond haar afschuwelijk.
Maar zoals met wel meer dingen, had hij nooit het lef gehad dat te zeggen.
Die rug. Zelfs die haatte hij nu.
Waar was hij eigenlijk bang voor? Voor haar? Haar boosheid?
Ja. Daar was hij bang voor. Hij kromp al ineen als hij haar wenkbrauwen zag fronsen.
Hij stootte plots een korte lach uit.
Ze keek even naar hem om. Geïrriteerd, maar zei niets.
Misselijk mens, dacht hij.
Om zijn donkere gedachten van zich af te schudden, keek hij om zich heen.
Verlichte etalages waar ze haastig, vanwege de regen, voorbij liepen.
De winkelstraat, vol kleine onhandige keien, was nat en glad.
In een tweedehandsboekenwinkel dacht hij het nieuwe meisje van inkoop te zien staan.
Dat was pas een frisse meid.
Opgewekt. Vriendelijk. Blond.
Niet dat hij daar op lette. Maar ze had wel mooi haar. Ze had het deze week los gedragen.
Hij had er bijna iets van gezegd. De gedachte eraan deed hem nog blozen.
 
'Loop eens door, wil je?'
'Sorry schat.' En hij versnelde even zijn pas om haar bij te houden.
'Zal ik die zware tas even dragen?'
Een klein glimlachje schonk ze hem.
Als een jonge hond zo blij nam hij de tas van haar over.
'Wat een rótweer hè?' probeerde hij, overmoedig.
Ze zei niets.
Hij hield een halve pas in en zo liepen ze zwijgend verder.
Hij een halve meter achter haar.
Lees meer...   (34 reacties)
 
Hij zag het leven voorbijflitsen in stralen van licht. Het leven.
Vanaf een parkeerplaats bij het tankstation bekeek hij de voorbijrazende auto's.
Het was donker, het regende. De herfst was in alles aanwezig.
Door alleen naar buiten te kijken, had je geen idee welk tijdstip het was.
Het kon ochtend en avond zijn. Een onzijdig tijdstip.
Hij deed het lampje in de auto aan en boog voorover naar het achteruitkijkspiegeltje.
Bekeek zichzelf van dichtbij. Er zaten 2 sneetjes op zijn wang met wat geronnen bloed van het scheren vanochtend.
Hij maakte zijn wijsvinger nat, stak zijn onderkaak naar voren en veegde de kleine vlekjes bloed weg.
 
Buiten werd het langzaam lichter.
De lantaarnpalen doofden, maar de stroom auto's ging nog onverminderd voort.
Hij leunde achterover, veerde toen weer overeind om de radio aan te zetten.
Stilte. Hij hield er niet van.
De diskjockey lachte daverend om een flauwe grap van zijn sidekick.
Hij had het altijd een akelig mannetje gevonden, maar hij veranderde de zender niet.
Stemmen om hem heen, al waren ze hysterisch en praatten ze niet tegen hem, waren aangenaam.
Lawaai, geluiden, ruis in welke vorm dan ook, blokkeerde de stroom gedachten in zijn hoofd.
Denken. Hij had het te veel gedaan. Te lang. En altijd zonder uitkomst.
'Zit je weer te piekeren?' zei zij altijd als ze hem weer op een frons betrapte.
Daarna knipoogte ze naar hem en ging verder met haar bezigheden.
De was of het verschonen van de luier van hun dochtertje.
Hij slikte even. Zijn meisjes.
Er klonk een liedje dat hem verraste, uit zijn tijd.
Hij draaide aan de volumeknop en zong mee. Hard en vals.
Even bewoog hij zijn hoofd mee op de muziek, maar daar stopte hij weer snel mee.
Er druppelde nog maar een enkele auto over de snelweg.
Mensen zaten op kantoor of op school.
Dronken koffie. Praatten met collega's. En gingen aan de slag.
'Werken.'
Het woord liet een wrange nasmaak achter in zijn mond.
 
Hij deed even zijn ogen dicht en dutte weg. Niet langer dan een half uur.
Met een papieren zakdoek veegde hij wat stof weg van het dashboard.
Daarna haalde hij bij het tankstation een emmer water en een spons en maakte zijn voorruit schoon.
In de auto bekeek hij de inhoud van zijn broodtrommeltje.
Twee broodjes en een appel.
Een briefje. 'Eet smakelijk, harde werker! x'
Het was twaalf uur. Pauze.
Hij at alles op en vond daarna in zijn jas op de achterbank een verkreukeld pakje sigaretten.
Buiten. De rook en kou blies hij in dikke wolken uit zijn mond.
Hij keek op zijn horloge. 'Zo, de dag is weer doormidden.' Hij wreef in zijn handen en bolde zijn rug.
In de auto zette hij de radiator hoog en liet de warme lucht de auto rondblazen.
Nog een paar uurtjes, dan kon hij weer naar huis rijden.
Waar ze op hem zouden wachten in een geur van avondeten en de warmte van volledig vertrouwen.
Ze zou hem de baby in zijn armen drukken en tegen het kleine meisje zeggen: 'Knuffel maar lekker met papa, dat heeft ie wel verdiend.'
En tegen hem: 'We kunnen zo aan tafel, schat. Je zult wel honger hebben.'
En hij zou glimlachen en zijn neus tegen het zachte gummi-achtige wangetje drukken.
De geur van zijn kind opsnuiven.
En morgen. Morgen zou hij het zeggen.
Natuurlijk.
Misschien vanavond al.
Lees meer...   (38 reacties)

Hij stond in de huiskamer. Precies in het midden. Volkomen op zijn gemak.
Als hij in haar buurt was, leek de omgeving te verdwijnen.
Daarom keek ze hem niet aan. Anders zou het haar niet lukken. Ze moest nu doorzetten.
Hij keek naar haar terwijl ze doelloos rommelde met papieren. 
'Had ik je maar nooit leren kennen.' Dat had ze net tegen hem gezegd. Geschreeuwd.
Het had een oorverdovende stilte tot gevolg.
Ze meende dat. Hoe hard die zin aankwam, zag ze aan zijn lichaamstaal.
Hij leek even ineen te krimpen, maar zijn gezicht bleef onaangedaan.
Hij keek haar geamuseerd aan, de sprankeling in zijn ogen verdween nooit.
Ze liep onmiddellijk naar hem toe, pakte hem vast en ze drukte zichzelf tegen hem aan.
Ze wilde hem voelen, een laatste keer.
Nog één keer in zijn armen verdwijnen. Zijn ogen ontwijken.
Bang voor haar eigen liefde en verdriet die ze daarin weerspiegeld zou zien.
Ze wilde zonder hem. Dat kon ze. Dat moest. Dat had ze altijd gekund.  
Ze kon niet zonder hem. Ze was niets, stelde niks voor, zonder hem.
Hij brak haar af en bouwde haar weer op.
Maar dit keer zou ze sterk zijn. Dit keer echt.
De herinnering aan het allesoverheersende geluksgevoel dat hij met zich meebracht, verdrong ze.
Ze hief haar hoofd op. 'Ga.'
Ze hoopte dat het overtuigend overkwam. Het klonk nogal Gone With the Wind...
Hij deed een stap naar achteren en schiep daarmee een onoverbrugbare oceaan van afstand tussen hen.
Hij knikte even, pakte zijn jas en liep de hal in.
'Kijk niet om,' dacht ze.
'Kijk alsjeblieft niet om.'
Hij keek niet om. De deur ging zacht dicht.
De pijn sijpelde langzaam haar lijf binnen.
Vijf minuten gingen voorbij. Een half uur. Misschien wat langer.
 
Toen pakte ze haar telefoon en toetste zijn nummer in.
'Ik ben al bijna bij je.' zei hij.
Ze zuchtte. Opgelucht.
Lees meer...
 
Het flatje was klein. Te klein voor hem en haar.
Ze waren tien maanden verder en dit was haar nu meer dan duidelijk.
Wat eerst zo knus en romantisch had geleken, stond haar nu meer dan wat dan ook tegen.
Ze keek om zich heen. Was er überhaupt één meubelstuk in huis dat hij níet had uitgekozen?
Alles was door hem bepaald.
Het bankstel, de kleur van de bekleding, de eettafel en de stoelen.
In het begin had ze het nog leuk gevonden. Een man die zo meedacht met de inrichting van het huis.
Die zag je toch niet vaak.
Betrokken. Dat had ze hem genoemd tegen vriendinnen.
'Zeg eens wat jij mooi vindt, baby! Laat je eens horen!', had hij in de overdreven grote meubelzaak geroepen.
Ze had naar een strakke lichtgrijze bank gewezen. Geen tierlantijnen. Gewoon mooi strak.
'Die vind ik mooi', had ze gezegd.
Toen hij zijn mond open deed, had ze haar ogen al gesloten. Ze wist wat komen ging.
Zo was het ook gegaan met het tweepersoonsbed. En met de vloerbedekking.
'Baby! Die saaie grijze bank? Vind je dát mooi? Grijs muisje toch! Wat ben je toch een grijs muisje!'
En lachend had hij haar iets te stevig vastgepakt, waarna hij tegen de verkoper zei: 'We gaan toch voor die rode, hoor!'
De afschuwelijke rode bank. Met veel te weelderige armleuningen.
Een opzichtig, goedkoop prul dat veel te groot was voor de kleine huiskamer.
Waar hij ook nog turqoise en witte kussens op had gegooid, trots een arm om haar heen had geslagen en zei: 'Wat een kleurenpracht, hè, baby. Dat hebben we weer mooi uitgekozen.'
Na 2 maanden samenwonen, was hij zich niet alleen met het huishouden gaan bemoeien, maar ook met haar sociale leven.
Hij had zijn onvrede uitgesproken over haar vriendschap met Marieke en Floor. Haar oudste en beste vriendinnen.
'Baby, die meiden, ik weet het niet. Ze staan jouw ontwikkeling in de weg. Je zou ze wat minder moeten zien. Nieuwe wegen inslaan.'
Ze had zijn protesten eerst weggelachen. Maar toen hij elke keer dat ze met hen afsprak in een dagenlang durend nukkig zwijgen was gehuld, had ze langzaam de vriendschap laten doodbloeden.
Nadat ze tig keer een uitnodiging van haar vriendinnen had afgewimpeld, waren ze gestopt met bellen.
Ze werkte nu slechts. Kwam thuis en keek op het aanrecht wat hij had klaargezet voor haar om te koken.
De boodschappen deed ze zelf. Volgens een op de details uitgesplitst boodschappenbriefje.
Dat hij natuurlijk maakte.
Elke maand stortte ze de helft van haar salaris op zijn rekening.
'Eerlijk zullen we alles delen, baby.' En natuurlijk deed hij de financiën. 'Daar waren mannetjes toch voor?'
Haar ouders zag ze ook niet zo vaak meer. Hij was in het begin van hun relatie een enorme discussie met haar vader aangegaan over het belastingstelsel (het belástingstelsel!), die zo uit de hand was gelopen, dat ze nu voortaan nog alleen haar ouders bezocht. Hij ging nooit mee.
'Was die gezellige pa van je er ook weer?', was zijn standaardvraag als ze weer thuiskwam.
Stelselmatig had hij de regie van haar leven overgenomen.
Ze droeg alleen nog maar rokken. Omdat hij dat zo vrouwelijk vond.
Tot op de knie. Uiteraard. Haar lichaam was uitsluitend voor zijn ogen bestemd.
Toen ze die ene keer op een feestje met een mannelijke oud-collega had staan praten, niet langer dan vijf minuten, was hij naast haar komen staan.
Hij had haar bovenarm zo stevig vastgepakt, dat ze nog dagen de afdruk van zijn vingers erin had staan.
'Kom je weer bij mij staan, baby? Ik mis je zo. En dat vindt deze man vást niet erg hè?'
En hij had bulderend gelachen en de greep om haar arm nog wat verstevigd.
Vanavond was hij weg. Wat drinken met vrienden.
'Je bent er toch wel als ik thuiskom hè? Het kan laat worden, maar ik wil graag dat je op me wacht.'
Met een knipoog had hij de deur achter zich dichtgetrokken.
Daar zat ze. Op de rode bank.
Een wasmand met zijn overhemden stond afwachtend naast de lelijke glazen salontafel.
Ze speelde gedachteloos met het stanleymesje.
Er was nog weinig leuks in haar leven. Geen vriendinnen, een saaie baan, sporten deed ze niet.
Want ze 'was precies goed zo en hij vond het zo gezellig als ze gewoon bij hem thuis bleef.'
Nee. Er was nog weinig voor te leven.
Als ze bij hem bleef.
Ze stond op van de bank, het mesje in haar hand, en begon trefzeker en met uiterste precisie de bank doormidden te snijden.
Het duurde lang, maar de bank was verrassend meewerkend. Zoals ze van een prul kon verwachten.
Een uur later liep ze met een bezweet voorhoofd de galerij op.
'Eerlijk zullen we alles delen', zei ze zacht en gooide de halve bank van twee hoog naar beneden.
Ze pakte de koffer die in de hal klaarstond, liet de voordeursleutel achter en liep weg.
Lees meer...   (21 reacties)

Hij verzorgde haar planten al jaren, maar haar zag hij nooit.
Soms ving hij een glimp van haar op als hij toevallig langs haar slaapkamer liep om zijn emmer in de badkamer te vullen met water.
De verpleegster liet nauwelijks wat aan het toeval over en de deur bleef meestal hermetisch gesloten.
Wat er achter gebeurde, was niet te zien en niet te horen.
Hij nam aan dat ze oud en ziek was. Anders had je geen verpleegster, was zijn simpele redenering.
Elke maandagmiddag reed hij de oprit voor haar huis op en vertrok een uur later weer, zonder een woord met iemand gewisseld te hebben.
De rekening werd elke maand netjes op tijd betaald. 'Mevrouw F. de Vreede.'
Tegen zijn karakter in was hij op een bepaalde manier nieuwsgierig geworden naar deze vrouw.
Hij begon af en toe te treuzelen. Keek wat meer om zich heen op de smetteloos witte badkamer.
Zocht naar tandpastaresten, vochtige handdoeken, maar vond ze nooit.
Hij liep net wat langzamer over de gang als hij haar deur passeerde.
Maar hij zag haar geen enkele keer.
Het huis was groot en modern ingericht maar er leek niet in geleefd te worden.
Hij zag nooit bewijs van levendigheid. Geen rondslingerende schoenen of een opengeslagen boek.
Geen kruimels op het bijna steriele aanrecht. 
Alleen veel, veel planten. Die waren groen en leefden uitbundig. Haalden eruit wat erin zat. Zuurstof.
Het waren dure, prachtige planten, hij was er trots op dat ze het zo goed deden onder zijn handen.
Hij behandelde ze voorzichtig en liefkozend.
Als een man die een vrouw voor de eerste keer liefheeft. 
Op een maandagmiddag in april liep hij weer langs haar kamer en hij stopte plotseling.
De deur stond wijd open. En daar zat zij, in bed.
Ze had lang blond, bijna wit haar en droeg een hooggesloten nachtjapon waardoor het leek alsof ze uit een oude film was gestapt.
Zonder aarzelen zette hij twee stappen in de kamer. 'Hallo!', zei hij. Iets te hard naar zijn zin.
'Hallo.' Zei ze.
Een jonge stem. Ze was helemaal niet oud. Ze was van zijn leeftijd.
Maar de blik in haar ogen was die van een oude vrouw.
Ze leek doorschijnend te zijn. De huid van haar gezicht was zo dun dat hij de blauwe aderen er doorheen kon zien.
'Ik ga dood.' zei ze. Alsof ze vertelde dat ze net boodschappen had gehaald.
'Oh.', zei hij. 'Ik ook. Uiteindelijk.' En hij lachte schaapachtig.
Ze lachte. 'Ik had eigenlijk wat meer medelijden verwacht,' zei ze. 'Zodat ik lekker even in mijn ellende kon zwelgen.'
Nu lachte hij. 'Hee, denk je soms dat planten water geven een feestje is? Dát is pas ellende!'
Ze lachten allebei. Haar gezicht leek open te breken en hij zag even een ondeugende sprankeling in haar ogen.
Toen keek ze plots ernstig. 'Nu moet je weggaan.'
Verbouwereerd deed hij wat ze zei. Hij liep de kamer uit en deed de deur achter zich dicht.
Dat was de laatste keer dat hij haar zag.
Al zijn pogingen ten spijt, het lukte nooit meer om haar te zien.
Ver in september liep hij het huis weer binnen en zag meteen dat er iets anders was.
Raar genoeg viel hem pas na een tijd op dat het de planten waren die verdwenen waren.
Op de grote houten eettafel lag een envelop voor hem.
'Mevrouw de Vreede is helaas overleden. Ze vroeg of u 'uw ellende mee naar huis wilde nemen.
Anders gaan ze dood. Uiteindelijk.' De planten worden morgen bij u bezorgd.'
Hij zoog de zuurstof diep in zijn longen.
Ze was dood.
De planten leefden nog. En hij zou uitbundig met ze meeleven.
Lees meer...   (19 reacties)
'Ik moet even iets strijken', zei hij.
Strijken? Ze keek hem verwonderd aan.
Ze had hem net een paar uur geleden ontmoet.
Ze was in haar eentje het kleine centrum in gelopen en bij een nieuw café terechtgekomen.
Zo'n grand café waar alles klopte. Binnen was de aankleding warm, maar trendy en buiten lag hagelwit grind waar enkele tafeltjes stonden met comfortabele stoelen er omheen en een paar tegenwoordig zo onontbeerlijke loungebanken met een olijfgroene bekleding.
Daar was ze gaan zitten.
Het was een warme zomeravond en na een hele dag binnenzitten, knalde ze zowat haar kleine huisje uit.
Bij de onhandige hoogblonde ober bestelde ze een verse jus d'orange en pakte haar boek uit haar tas.
Ze keek nog even rond naar de andere klanten en pulkte gedachtenloos wat witte steentjes uit haar open schoenen.
'Vreselijk hè, die steentjes hier. Ben blij dat ik vandaag mijn sandaaltjes niet aan heb.' Hoorde ze opeens naast zich.
Een jongeman keek naar haar en grijnste scheef.
Ze nam hem snel op. Iets groter dan zij, leuk gekleed, leuke kop en zeker geen 'sandaaltjes' type.
Ze lachte. 'Ik heb het ook met mijn Crocs. Altijd lastig, trendy wit grind.'
En daarmee was het ijs gebroken.
Hij was adrem, een tikkeltje arrogant en had lieve ogen.
Hij amuseerde haar.
'Wat lees je daar?' vroeg hij.
'Een boek.' antwoordde zij.
'Zo, een boek! Daar heb ik over gehoord. Die schijnt goed te zijn hè?'
Ze keek hem lang aan. 'Ben jij altijd zo scherp?'
Hij wendde zijn blik van haar af. 'Zolang meisjes niet te lang naar me gaan staren, lukt dat aardig.'
Verlegenheid. Geveinsd of niet; de spanning die daarmee tussen hen in kwam te hangen, ervaarde ze als zeer prettig.
Ze praatten nog uren. Probeerden elkaar te overtreffen, flirtten en discusieërden.
 
Het was al laat geworden en ze keek even op haar horloge.
'Eh, ik heb thuis Boek Deel twee. Wil je het van me lenen?' vroeg hij.
Ze schoot in de lach. 'Aha, daar is toch de pick-up line! Maar het was ook al te laat voor 'ken ik jou niet ergens van', hè?'
Ze stond op en stak hem haar hand toe.
Hij glimlachte en pakte haar hand. Ze liepen door een lange straat richting zijn huis.
Ze waren opeens een stuk stiller. Keken elkaar af en toe aan.
'Ken ik jou niet ergens van?', dacht ze. Want hij voelde zo vertrouwd. Hij voelde als een oude bekende.
'Doe je dit vaker?', vroeg ze, 'meisjes oppikken in het lokale café?'
'Nee. ' Zei hij. En ze geloofde hem.
En nu waren ze bij hem thuis.
Hij was zenuwachtig, dat zag ze.
'Stríjken?', zei ze?
'Ja,' zei hij. 'Ik moet even iets alledaags doen. Een huishoudelijke activiteit. Daar word ik rustig van.'
Ze zat op zijn bank en bekeek hem geamuseerd.
Hoe hij het strijkijzer pakte en met rustige bewegingen een spijkerbroek streek.
Af en toe keek hij kort haar kant op.
'Ben je al rustig?' vroeg ze na een tijdje.
'Als jij nou eens niet zo naar me zat te kijken. Dat zou een stuk helpen.'
Ze hield haar lach in en stond op. Stond voor zijn boekenkast en deed of ze de titels van de boeken las.
Ze liep door zijn huis alsof ze er vaker geweest was.
Alsof ze thuis kwam na een lange reis en alles nog onwennig maar vertrouwd aanvoelde.
Ze keek in zijn keuken. Zag een ontbijtbordje in de gootsteen staan. Een beker op het aanrecht.
Toen ze zich omdraaide, stond hij plots voor haar.
Nu werd zij nerveus. Haar hart klopte en ze durfde hem niet aan te kijken.
Gevatheid heeft ook zijn grenzen, dacht ze bij zichzelf.
Ze kwam wat dichterbij, slechts een paar centimeters zaten er nog tussen hen.
Plots verlegen sloeg ze haar ogen neer.
Toen sloeg hij zijn armen om haar heen.
Ze hield hem vast als na een lang afscheid.
Hij keek haar aan.
'Je voelt als thuiskomen.' zei hij.
Ze was verrast door de plotselinge emotie die ze voelde.
Als thuiskomen.
'Wil je mijn Crocs zien?' vroeg hij.
'Ik dacht dat je het nooit zou vragen.'
Lees meer...
Laatste tweets
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Categorieën
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl - Design by Ontwerpmijndomein.nl