olijfje.punt.nl
Zondag aanstaande ga ik naar Pinkpop.
Pinkpop 2011, de *Google* 42e editie van dit *Google* grote popfestival in Landgraaf.
In 1970 werd voor de eerste keer gepinkpopt met zo'n 10.000 bezoekers, in 2009 waren dit er 94.000.
Ergens daar tussenin ben ik al een keertje eerder geweest en na wat rekenen en navragen bleek dat in 1993 geweest te zijn.
18 jaar geleden!
Ik was op drie dagen na 18 jaar oud.
Net geslaagd voor de Havo en klaar om de wijde wereld in te trekken!
Dus begon ik in Landgraaf. Een goede start, leek mij.
Nu zou ik hier een heel vermakelijk stukje tekst gaan neerpennen over hoe ik Pinkpop 1993 beleefd heb, maar weet u...?
Ik heb geen idee!
Wat flarden ja, maar meer ook niet. Het is verdomme zo lang geleden als Jan Douwe Kroeske! En wat is er met hém gebeurd?
Nou goed.
Het startpunt was het huis van vriendin Diana die destijds op kamers zat in Heerlen.
Ik kan me een bizar lange voettocht herinneren en toen ik haar net sprak, gaf ze schoorvoetend toe dat dat door haar kwam.
Ze had mij, en de rest van de groep (wie?) wijs gemaakt dat Heerlen - Landgraaf best te lopen was.
Dat was het.
Maar dat is Ellersinghuizen - Roermond ook. Als je maar de tijd neemt.
Maar god, we waren 18. We hadden ons leven voor ons, dus waarschijnlijk ook veel tijd.
Dus bijna niemand mekkerde.
Ik was toen als ik het me goed herinner met vriendje S.
Althans, dat moet wel, want ik vond van die dag een foto waarop mijn arm en zijn hoofd uit één slaapzak steken.
And it was 1993, my thoughts were short, my hair was long, dus eenmaal op het Pinkpopterrein aangekomen, nam ik wat trekjes van het jointje dat me werd aangereikt (door wie?) alsof het de zuiverste coke ter wereld was die met een gouden creditcard in kaarsrechte lijntjes werd opgediend op een smetteloze glazen tafel.
....
Oh. A bit too much Pulp Fiction? Ja. Mee eens.
Nouja, het peukje ging in elk geval met veel dikdoenerij in de rondte.
Terwijl je er eigenlijk heel Bob Marley bij moet kijken. Jammer.
Ik werd er niet zo lekker van.
Drank, drugs, ik ben toch niet zo rock 'n roll als ik mischien hoop te zijn.
Ik zag wat vrienden nogal moe kijken, maar dat was blijkbaar high, want ze glimlachten er wel bij.
Ik persoonlijk had meer de neiging om op één van de blauwe opengescheurde vuilniszakken te gaan liggen en het overgeefsel uit mijn mond te laten lopen.
Ik realiseerde me echter dat dat niet bevorderlijk zou zijn voor de feeststemming, dus deed ik dat maar niet.
Ik riep, of fluisterde, of riep dat ik me 'niezogoedvoelde', naar...geen idee, naar mensen.
Maar mensen luisterden niet.
Ik lag daar en spartelde hulpeloos rond, want serieus, ik dacht in die tijd echt dat men zich kon OD-en on a jointje.
Vriend J. keek niet naar me. Hij sprak wel tegen me.
Met z'n ogen strak gericht op het volgende jointje dat hij aan het draaien was, torende hij boven mij uit en zei: 'Je medicijn komt er zo aan.'
Hij maakt me dood, dacht ik, trippend he. Trippen jongen, trippen. Nounou.
Ik joinde dit keer maar niet mee.
En zo erg was het helemaal niet met me hoor. Haha!
Want even later stond ik weer rechtop en zong ik mee met, ik dacht Pearl Jam's Alive, maar later bleek het The Black Crowes te zijn met hun Remedy.
Een remedie was inderdaad toepasselijker geweest, maar aangezien ik niet zo thuis was (en ben) in de grunge-scene hoorde ik het verschil niet.
Oh god. Is dat wel grunge? Ik voel plots de toorn van mensen met legerkistjes aan en zwartomrande ogen boven mijn hoofd hangen....
Ik lees op Wikipedia dat er tijdens het optreden van The Black Crowes 10 minuten de stroom uitviel, en dat hele drassige veld in het donker stond, maar ook dat herinner ik me niet meer.
Such a shame, want het publiek zong toen massaal 'Always look on the bright side of life' en volgens een cheezy quiz die ik een tijd terug deed, is dat mijn Life Theme Song.
Dat lieg ik.
Ik deed zo'n test wel ooit eens en daar kwam toen 'Walking on Sunshine' uit, maar dat is mijns inziens van hetzelfde laken een pak.
 
Ik dwaal gigantisch af.
Ik ga zondag naar Pinkop.
En Hanson komt ook *proest* Mmmbop.
En Lenny Kravitz was er trouwens ook.
In 1993.
 
Lees meer...   (23 reacties)
'Mama, vertel eens wat over vroeger, toen jij klein was.' vroeg Olivia toen ik haar naar bed bracht.
Dus ik verfde mijn haren grijs, maakte een knotje, pakte mijn breiwerk en mijn kunstheup en ging in de schommelstoel zitten.
 
'Vroeger, toen ik klein was, woonde ik in Schiedam in een flat. Weet je wat dat is? Precies.
We woonden op de bovenste verdieping. Dat was vier hoog.
We hadden daar geen lift dus moest ik altijd heel veel trappen op en af.
Daarom heeft mama nu zo'n gestroomlijnd figuur. (....)
Als ik wilde spelen, dan moest dat altijd buiten op het speelplaatsje waar één klimrek en één schommel stond.
Er was ook een grasveldje.
Maar daar poepte Wodan altijd. Zo heette de hond van een jongen uit de buurt.
Die was fan van Feyenoord. Dat is een voetbalteam. Hij schreef dat ook overal, met een dikke stift op de brievenbussen. Andere jongens krasten dat dan weer door en schreven er Ajax.
Dat is ook een voetbalteam.
Dus op het grasveldje speelden we niet zo vaak. De grote jongens voetbalden daar ook altijd.
En die vond ik een beetje eng.
Alle kinderen uit de flats hadden een speciale lokroep voor hun mama's.
Want als je wat wilde vragen en steeds omhoog moest lopen, dat duurde te lang.
Dus dan gingen we onder aan de flat staan en riepen: 'Maaaaaah-maaaa, Súúú-san roept je, má-ham! Maaaaah-maaaa, Súúú-san roept je, má-ham!'
Als je een lange naam had, zoals bijvoorbeeld Samantha, dan zat je niet zo lekker in het ritme van die lokroep. Dan moest je dat heel snel zeggen.
'Maaaah-maaa, S'mantha roept je, má-ham!'
Soms moest je wel zeven keer roepen, want als mijn mama, jouw oma Haldis, aan het stofzuigen was ofzo, dan hoorde ze dat natuurlijk niet.
Dan kwam ze boven aan de reling van de galerij staan en schreeuwde vriendelijk: 'WAT ÍS ER??!!'
Ja, net als ik tegen jou, als je me twintig keer roept, ja.
En dan vroeg ik om een snoepje of zo. En dan deed oma Haldis dat in een plastic zakje en dan gooide ze dat zó, ploep, vier verdiepingen naar beneden.
Of ze gooide een bal. Of een pop.
Een bal was het leukste. Die stuiterde dan soms tot aan de tweede verdieping weer omhoog.
Precies aan de overkant, in de andere flat, woonde mijn vriendinnetje en als je heel hard riep, kon je met elkaar praten vanuit de galerij.
En naast ons woonde mijn buurjongetje Ralph. Daar speelde ik ook heel veel mee.
Die was dol op Star Wars. Dat is iets voor jongens, met ruimteschepen enzo.
Als het regende? Dan speelden we binnen. Of op de galerij.
Met onze skelters reden we dan heen en weer of we zetten een tent op.
Oma Haldis zat altijd met de buurvrouw buiten op de galerij te kletsen en koffie te drinken.
En Caballero zonder filter te roken.
Onder ons woonde een mevrouw. Die leek op Anita Meyer. Die ken je niet.
Ralph en ik deden wel eens een plastic zakje aan een touwtje en dan was dat onze vlieger.
Of we lieten het zakje heel langzaam naar beneden zakken en soms stopte Anita Meyer er dan iets lekkers in.
Ik deed het een keer met een vuilniszak, omdat die groter was, maar toen zat er toch nog steeds maar één snoepje in. Dat was jammer.
Om de hoek zat de groenteboer. Toen ik heel klein was, noemde ik die de 'Naantjesm'neer'.
Naantjes. Van banaantjes. Ja, da's grappig hè.
Nee, ik vond het niet erg dat we geen tuin hadden.
Ik wist niet eens wat een tuin was.
Ik was altijd buiten op het speelplaatsje. Met mijn fietsje of op mijn rolschaatsen.
Van die blauwe met geel. Daar was ik zo blij mee.
Het speelplaatsje was mijn tuin.
En het huis waar we woonden was heel klein.
 
Ik vond het daar fijn.
Nu slapen jij. Jaja, tuurlijk ben jij wel blij met een tuin. Ik ook hoor.
Nee Wodan is allang dood.
Trusten, poppetje.'
 
 
 
Lees meer...   (29 reacties)
Mijn allerlaatste column voor Kinderen is inmiddels gepubliceerd.
Voor jullie nog even de een-na-laatste.
 
Terwijl ik midden in een haastig ochtendgebeuren zat en zenuwachtig voor mijn kledingkast heen en weer drentelde, hoorde ik beneden veel geschater en gegiechel.
Nu is dat natuurlijk heel normaal in een huishouden met kinderen, maar met vlagen kan ik daar plots enorm van genieten. Niet zelden sluip ik dan even naar de betreffende ruimte waar het lawaai vandaan komt en kijk dan om het hoekje van de deur om het tafereel te bekijken.
Dat broer en zus zoveel lol met elkaar kunnen hebben, dat vind ik iets machtigs moois.
Kijk, ik ben zelf enig kind. Ja, triest hè. Heel zielig.
Toen ik jong…nee, toen ik klein was, heb ik dat helemaal niet als iets vervelends ervaren. Ik was goddank geen verwende blaag.
Als kind van gescheiden ouders kreeg ik zéker niet alles wat mijn hartje begeerde, dus groeide ik op met een aardig besef van de waarden van dingen.
Als ik me verveelde, dan liep ik naar de andere kant van de straat om daar met mijn 2 nichtjes te spelen, die destijds voor mij de zusjesrol invulden.
Als ik geen zin had om te spelen, bleef ik lekker thuis en werd door niemand gestoord. Eigenlijk helemaal prima.
 Ik hoefde niks te delen, maar nu ik ouder word, besef ik me, ik kán ook niks delen.
Tuurlijk heb ik vriendinnen, een man en de rest van mijn sociale contacten, maar echte jeugdherinneringen over het gezinsleven en hoe ik dat beleefd heb, heb ik alléén ervaren en niet gedeeld met een broertje of zusje.
Toen ik jaren geleden zag hoe mijn moeder en haar 3 broers een nóg hechtere band kregen rond het ziekbed van mijn oma, sloeg dat besef opeens keihard toe.
Als één van mijn ouders straks, hopelijk pas over vele jaren, ziek wordt, verzorging nodig heeft en uiteindelijk overlijdt, is er niemand met wie ik dat leed kan dragen zoals je dat kunt met een broer of een zus.
Dan sta ik er alleen voor.
Natuurlijk ben ik een sterke vrouw en heb ik voldoende lieve mensen om me heen, maar toch ben ik dan een beetje jaloers op mensen die dat wel hebben.
En uiteraard zijn er genoeg die het bloed van haar perfecte zus of zijn irritante broer wel kunnen drinken, maar tóch, een bloedband is iets heel speciaals en voor mij helaas volledig onbekend.
Niet zo heel raar dus dat ik vol verwondering en plezier kan kijken naar de interactie tussen mijn kinderen.
Het is niet altijd lol wat de klok slaat en ongetwijfeld zal het gebeuren dat Olivia haar broer de ogen uit wil krabben omdat hij haar pest met haar prille verliefdheden of dat Tijl zijn zus een rotschop wil verkopen omdat ze hem stoort tijdens een computerspelletje.
Maar er komt een moment dat ze zich, net als ik, realiseren hoe waardevol het is om sámen op te mogen groeien.
 
En ik? Ik vraag volgend jaar wéér een broertje aan Sinterklaas….
Lees meer...   (32 reacties)
laatste column Kinderen
 
Mijn eerste column voor Kinderen ging over hoe ik een peutermeisje en een babyjongen naar het kinderdagverblijf bracht.
Mijn laatste column voor Kinderen, dat is deze dus, is niet ver verwijderd van het moment dat ik die babyjongen, die inmiddels uitgegroeid is tot een kleuter, samen met zijn zusje naar school zal brengen.
Vier jaar zijn voorbijgevlogen als een donsveertje in de wind.
Soms dwarrelend en luchtig, soms met een duikvlucht omlaag en daarna weer net zo hard weer omhoog.
Ach ach, wat een prachtige beeldspraak weer!
Maar feit is, ik ben over korte tijd een moeder met twee kinderen op school!
Ik moet zeggen; ik ben er wel blij om, hoor. Want ik was wel een beetje een onzekere jonge moeder. Of misschien beter gezegd: een controlfreak die plots moeder was geworden.
Dat gaat niet zo lekker samen, schijnbaar.
Maar ik heb geleerd en gebikkeld, soms de teugels laten vieren en daar waar nodig met strakke hand geregeerd. En volgens mij doe ik het best aardig.
Olivia is een mini-vrouwtje geworden, met gevoel voor normen en waarden, beleefd en zorgzaam en lijkt daarmee zó ontzettend niet op d’r moeder!
Tijl is veranderd van een schreeuwende baby in een luidruchtige kleuter, met een gestoord gevoel voor humor die graag in het middelpunt van de belangstelling staat en lijkt daarmee, eh, best een beetje op z’n moeder….
Het tijdperk van flesjes, luiers, slaapjes en kinderdagverblijfjuffies is hiermee afgesloten.
Een periode waar het grootste deel van de Kinderenlezeressen nog middenin zit.
Sommigen nog vol onzekerheid, anderen weer alsof ze nooit iets anders gedaan hebben.
Laatst vroeg een vriendin me wat ik nou het leukste vond aan het hebben van kinderen.
Daar moest ik even over nadenken. Ik ben van mezelf geen oermoeder, geen moeder in elke porie van mijn lichaam.
Ik zie ook de beperkingen die het hebben van kinderen me oplevert en je zult me nooit horen zeggen: ‘Je krijgt er zoveel voor terug!’ Want je moet er potdorie ook een hoop voor láten!
Maar na lang nadenken, wist ik het.
Glimlachen. Elke dag.
Om de verbazingwekkende ontwikkeling van mijn kinderen waar ik getuige van mag zijn.
Elke dag een kijkje in hun wonderlijke kinderwereld met een rijke fantasie en een vertederende naïeve visie op de wereld om hun heen.
Dát is de verrijking van je leven; de trots, verbazing en liefde zoals alleen een ouder dat kan voelen. Een gevoel dat bijna niet uit te leggen is.
Ik ben zes jaar moeder. Nachtelijk gepruttel heeft plaats gemaakt voor ‘oh shit, dit spelletje is écht vét moeilijk!’, potjes babyvoeding voor volle pannen met aardappelen en braadworsten.
Tijd om de flesjes in de wilgen te hangen en de Maxi Cosi op Marktplaats te zetten.
Tijd om over andere dingen te gaan schrijven. Schoolpleinperikelen, ouderavonden en huiswerk.
Ik kijk nog even achterom.
Naar mijn 2 baby’s, twee helse bevallingen en een van Zwitsalgeur doordrenkt huis.
En voor me staan twee lachende en ongeduldige kinderen met hun schooltasjes op hun rug.
Daar gaan we!  
Lees meer...
 
(Vanochtend schalde Johnny Logan's What's another year uit de Radio2-ether.
Die zijn namelijk hélemaal into het songfestival. Leuk. Zo word je nog eens ge..eh-trakteerd op Frizzle Sizzle....)
 
Met een blik op de kalender realiseerde ik me plotseling dat Mijn Grote Verre Enorm Spannende Solo Reis bijna een jaar geleden is.
Veertien mei 2010.
Het lijkt alweer zó lang geleden en zo ver weg.
Nu is een jaar ook best lang en Indonesië ook best ver weg, dus dat gevoel klopt wel een beetje.
Ik kan me soms bijna niet voorstellen dat ik het werkelijk gedaan en meegemaakt heb.
Ik baal er wel een beetje van dat zo'n ervaring binnen een jaar in een vage herinnering verandert.
Een mooie herinnering, dat wel.
Die ik graag bij tijd en wijle eens nalees.
En ook navertel. Al was het maar om de reactie van -meestal een moeder- te peilen.
Zo hing ik laatst aan een denkbeeldig schavot toen ik vertelde alleen op reis te zijn geweest.
'Hoe bedoel je alleen?' Nou, alleen alleen.
En ik zag haar denken: Ontaard! Brandstapel! Jeanne d'Arc!
Hahaha! En: tsssss.
 
Nu mijn oud-collega Debbie haar baan heeft opgezegd en in juni voor een half jaar naar Donesië* vertrekt, hunker ik stiekem enorm terug naar die luttele 10 dagen.
Nou. Niet echt stiekem. Want ik roep nogal luid elke keer dat ik haar spreek DAT IK ZÓ ONTZETTEND JALOERS BEN!
En ik mail haar in capslock.
Ze gaat daar aan het werk voor haar eigen stagebureautje dat weer nauw verbonden is met Stichting Lombok Care dat dan weer geweldige nuttige projecten opzet, zoals het opknappen van bouwvallige weeshuizen en dergelijke.
Dus niet alleen is ze dadelijk daar in dat prachtige land; ze is óók nog eens enorm zínvol bezig!
Daar bij al die vriendelijke mensen, de prachtige natuur en heerlijke geuren.
De trut.
Oh! Maar zinvol ben ik natuurlijk ook.
Van grote betekenis voor familie, vrienden en de afname van Martini Bianco in de lokale bar-dancing, maar da's tóch anders hè.
 
Maar goed.
Ik ga nog wel eens terug. Binnenkort. Of over een hele tijd. Alleen. Of niet alleen.
Tot die tijd geniet ik nog na.
Want zo'n herinnering is wel lekker lang houdbaar.
 
 
 
 
 
*Olivia dacht dat ik in Donesië was.
Ik heb haar nooit verbeterd. Vond het zo mooi gevonden.
 
Lees meer...   (30 reacties)
De tied vlieg als een piel verbie.
Ter uwer amusatie (en uit pure laksigheid) een stukje van 24 februari 2010.
Later deze week weer verse Susy in het blogschap.
 
Olivia is fan van post.
Fanmail. Mailfan. Hahaha. Nee. Niet heel geestig eigenlijk. Ja hee, het kan niet elke dag woordspelingsfeest zijn, hè.
Zodra de brievenbus kleppert, rent ze enthousiast als een jonge puppie (Ollie..) naar de gang.
'Post! Post!', roept ze dan. 'Ik ben benieuwd voor wie het is.'
Ik ben zelf niet zo dol op post.
Ik bedoel, er ligt zeer sporadisch iets op de deurmat waar ik vrolijk van word.
Ook omdat ik niet zo meedoe met allerlei weblogcadeautjesdoorstuuractiviteiten.
Dus ja, dan blijft er niet veel meer over dan Blauwe Brieven en facturen van Hennes en Mauritz die me vrindlik vragen of ik dat jurkje dat ik eind 2009 besteld én ontvangen heb, nu wellicht eens wil betalen.
Of was dat me misschien ontschoten? Ja. Misschien ja. Of misschien niet.
Goed. Het moge duidelijk zijn; Olivia krijgt niet zo heel vaak post. Behalve met verjaardagen en een incidentele kaart of tekening van één van haar klasgenootjes.
Zelf stuurt ze ook graag van alles rond en laatst móest en zou er een brief naar Berend Botje gestuurd worden.
Dat kwam natuurlijk allemaal door die duvelse Gerda Havertong die samen met het multiculti Hijgende Hertjeskoor op de Nutricia-cd op zoek gaat naar Berend Botje.
Nou. Gerda. We zijn allemaal opgegroeid met de standaard kinderliedjes, waarónder dat van Berend Botje, dus we weten allemaal waar Berend Botje naartoe geëmigreerd is hè.
Hij woonde eerst in Zuidlaren.
Waarschijnlijk in het afgelegen gat Schuilingsoord, waar hij het al ras niet meer naar zijn zin had, want er was geen flikker te beleven in Schuilingsoord en besloot zijn heil elders te gaan zoeken.
Dus ging hij varen.
Maar de weg was recht. En de weg was krom.
Dat heb je wel eens met wegen uiteraard, maar mij lijkt varen op een weg ook gewoon niet zo'n heel strak plan.
Enniewee. Hij kwam nooit meer om.
Niemand wist waar hij was gebleven. Níemand!
Toen telden een paar héle slimme mensen tot zeven en hee, als bij wonder kregen ze een visioen en wisten plots dat Berend, Beer voor vrinden, in Amerika zat!
De rekel!
Maar goed. Ik weet tenslotte niet wanneer Gerda naar Nederland is gekomen en destijds waren er vast nog geen inburgeringscursussen dus ik neem haar niet kwalijk dat ze een paar kinderen op een levensgevaarlijke roadtrip heeft genomen om op zoek te gaan naar een persoon waarvan zelfs Wikipedia niet eens precies wie het is.
 
Zozo. Lange omweg neem ik weer. Recht of krom, eitherway.
Olivia stuurde een brief met tekening naar Berend Botje.
Want ze wilde ook weten 'wat zijn nummer was.' (?)
We propten een dikke ongefrankeerde en ongeadresseerde brief in een TNT-brievenbus en wachtten af.
De schavuit stuurde niks terug. Arrogant volk, die scheepslui.
Maar hee! Kijk nou!
Morgen krijgt Olivia toch post.
Ze zal verrukt zijn.
 
Overigens. De leukste beschrijving op Wikipedia over wie Berend Botje geweest zou kunnen zijn, was deze:
Een schipper uit Gasselternijveen die een buitenechtelijke relatie in Zuidlaren onderhield. De weg van Gasselternijveen naar Zuidlaren liep via een kanaal en daarna via de Hunze ("De weg was recht, de weg was krom"). De naam Botje heeft betrekking op 's mans geslachtsdeel. Nadat hij deze bijnaam had verworven klinkt het aannemelijk dat hij naar Amerika is vertrokken
 
(Bótje...??)
 
EDIT THE NEXT MORNING: KLIK!
(Zoals verwacht riep ze uit bij het zien van Berend's nummer: 'En ik bén vier!! NAH!')
Lees meer...   (2 reacties)
Ik schreef zojuist mijn laatste column voor Kinderen.
Die zal in juni in het tijdschrift staan. De maand waarin mijn Tijltje vier jaar wordt en we daarmee dus zó uit de doelgroep van het blad vallen.
De doelgroep is namelijk hartstikke zwanger of net bevallen en heeft te kampen met totaalrupturen, trossen aambeien en nachtvoedingen.
Jaja, het is een magische tijd, die babytijd.
En natuurlijk met eerste stapjes, wortelprut en vijfde, zesde en zoveelste ziekten.
Ik dook even mijn columnarchief in om te zien wat er op kinderschrijfgebied allemaal de revue had gepasseerd.
Nouja. Dat was nogal wat natuurlijk. Onzekerheden, de verzieking van je huis en eerste schooldagen.
Ik zou er bijna sentimenteel van worden. Terugkijkend op die babyperiode heb ik nogal snel de neiging om die periode te verromantiseren.
Zo'n klein propje, met rubberen beentjes en dat aparte drogerende babygeurtje, dat daar maar wat schattig ligt te trappelen en vertederende geluidjes maakt.
Oooh, denk ik dan terug, met een schuin hoofd. Want dat doe je als je iets schattig of lief vindt.
Schuin hoofd en een langgerekte ooooh. 
(Je doet het nu hè! Jaja! Ooooh!)
Maar ik laat me niet voor de gek houden! Oh nee!
De nachtvoedingen, de eeuwige zure melkvlek op je schouder, huiluurtjes, mosterdpoep en meer van zulks.
Neenee! Ik niet meer. Geef mijn portie maar aan Fikkie. Of aan die mevrouw uit Harlingen.
Ik heb 'grote' kinderen. Over een krap half jaartje zitten ze allebei op school.
My my, what flies the time hè?
 
Maar goed. Wat wilde ik eigenlijk zeggen?
Ohja. Laatste column voor Kinderen. De volgende zal voor Kek Mama zijn.
Nou, leuk!
Ook geinig trouwens.
Tijl's latest fashion.
Krijgt hoed van oma. En staat nu in de buurt bekend als The Boy With The Red Hat.
Hij verlaat het huis niet meer zonder dat malle hoofddeksel.
Onzen Eddy Wally. Altijd weer even jolig.
Niet erg. De Gerard Joling Glitterjasfase was ook geen pretje namelijk.
Manisch gelach, overal glitters...
 
 
 
 
Toen het gespuis nog klein was.
 
 
...en heel verbaasd kon kijken...
 
 
..en dat groeit dan maar en vraagt op een dag of ik even kan
komen helpen met dat 'vet moeilijke' computerspelletje.
*kijkt verbijsterd*
Lees meer...   (28 reacties)
Ik heb gisteren de hele dag zitten denken hoe die meneer met die accordeon ook alweer heette.
Die toen zo prachtig speelde op het huwelijk van onsMaxenonsLex, zodat bij heel Nederland de tranen over de wangen biggelden.
Oh. Niet bij heel Nederland?
Bij heel vrouwelijk Nederland dan misschien.
Oh. Niet?
Bij mij dan.
Daar zat ze. De jonge prinses.
Zonder haar papa. Met een aanstaande schoonmoeder met het haar van een Playmobilpoppetje.
Achter haar een leven van dansen op tafels, weinig verhullende kledij en gooien met wilde haren.
En voor haar een leven in een keurslijf van mantelpakjes, protocollen en drie identieke blonde koters.
Een afscheid, een toekomst. Een sprookje. Prachtigprachtig. 
 
Soit.
Hoe die kerel nou toch heette.
Ik zat maar steeds met Gerard Arninkhof in mijn hoofd.
Maar ik had wat moeite om daar een accordeon bij te denken.
Een groot grijs bureau, dat lukte wel.
Toen kwam Dinand Woesthoff nog in mijn hoofd.
Maar die verstond ik niet.
En ik wilde niet googlen. Dat heb je soms hè.
Dan wil je er zelf opkomen. Door heel hard na te denken. Dat moest vroeger ook hoor!
En als je het dan niet wist, en alle mensen om je heen ook niet, nou, dan moest je naar een bibliotheek ofzo. In een encyclopedie kijken.
Of met zo'n apparaat door oude krantenartikelen bladeren.
Bestaan die nog? Of alleen maar in films? Zoals The Net met Sandra Bullock?
 
Whatever.
Ik googlede dus maar. 'kerel met accordeon maxima'
De derde hit vertelde me dat het Carel Kraayenhof was.
(de tweede zei: 'Kippenvel van trekharmonica.' Vonk een beetje viezig.)
Zat ik er maar 1 letter naast! Kerel, Carel....
 
Maar goed. Hier is ie dan. Van 9 jaar geleden alweer.
Bij 3 minuut 10 begint het wenen.
Bij mij dan.
 
Lees meer...   (38 reacties)
Ooit schreef ik al eens over mijn jazzballetdebacle van lang lang geleden.
Dat is altijd zo jammer met mij hè.
Dan begin ik aan iets, dat lijkt dan af te stevenen op een gewéldig succes en dan maak ik ergens een kostbare blunder en druip ik af als een helft van Milli Vanilli; door de mand gevallen, verontwaardigd en boos op de wereld.
Korte samenvatting voor degene die te lui is om bovenstaande link aan te klikken;
ik was de ster van de jazzballetles, oefende mijn benen eraf voor de Grote Kijkdag, had some kickass-pasjes in petto en toen de grote dag daar was en ik vooraan stond te glunderen, kreeg ik een blackout en kon me nog 1 pasje herinneren dat ik gedurende het hele nummer van Axel F. bleef herhalen, terwijl ik ondertussen zag hoe mijn moeder beschaamd de zaal via de achteruitgang verliet.
Tragisch.
Het wordt pas echt sneu als je dénkt het geweldig te doen en dan achteraf blijkt dat dat niet zo is.
 
Wat was het? Maart 1993? Ja, dat was het.  
Ik was 17 jaar, had het volste recht om uit volle borst 'Dancing Queen' van Abba te zingen, zat in mijn laatste jaar Havo en deed zoals elk jaar mee aan de jaarlijkse Vastenactieshow.
Dat ik niet zo'n talent bleek te zijn als schoolgenoot Dennis van de Ven blijkt uit het volgende verhaal.
De Vastenactie van 1993 had zo'n 'Red de Wereld'-themadingesachterliggende gedachte.
Nogal pretentieus, maar wij dachten met het verkopen van pannenkoeken en zelfgebakken wafels wereldvrede te kunnen bereiken.
Is niks mis mee, iedereen mag dromen, hè.
De Vastenactieshow werd 2 avonden opgevoerd voor leerlingen, vaders, moeders, broertjes en zusjes.
Er was een retespannende opening bedacht.
Iets met in zwart gehulde dansers met vreeslijk doordringende blikken, een losgeslagen rookmachine en mysterieuze muziek.
Ik deed natuurlijk mee.
Iemand had bedacht dat we allemaal heel slangachtig zouden bewegen én, let op, in onze handen een stuk gekleurd karton zouden houden met een letter erop.
Dan zou de dans beginnen, wij allemaal slangerig doen, dan plots stilstaan met dat stuk karton, maar met de achterkant naar de zaal. Pas op het láátst zouden de letters zichtbaar worden.
Anders was de clou er al af.
Ondertussen zou het publiek zich op het púntje van zijn stoel afvragen; wat is met dat kartón?!
Om dan aan het eind, zeer waarschijnlijk een anticlimax te beleven. 'Oh. Letters.'
En dan zouden ze lezen: 'Heel de Wereld.'
Van Heal the World hè.
Goed. Hebben jullie een beetje een beeld?
Twaalf dansers dus, zwarte kleding, rookspul, mysterieuze muziek.
En we dansten en bewogen als slangenmensen. Wat overigens niet heel makkelijk is met een A4-kartonnetje in je handen, maar soit.
Toen stopte de muziek even, en stonden we op een rij.
De langste persoon in het midden, de kleinste links en rechts (waaronder ik dus), in een pijlvorm.
^ Zo.
Ik keek, met mijn mededansers, nahijgend en met een woeste blik de donkere zaal in, terwijl we de kartonnen borden fier omhoog hielden. Ietwat verblind door de felle lampen, maar verder heel professioneel. Freeze...
Showgirls was er niks bij. Oh. Dat is het bij nergens.
Tien ondraaglijk spannende seconden hield het publiek zijn adem in.
En toen begon de muziek weer en wij weer met onze hypnotiserende dans.
Want zo was ie hoor. Hypnotiserend.
De laatste tonen klonken, we namen onze plaats in en draaiden met een triomfantelijk gebaar de bordjes om (Leontien) en lieten 'Heel de Wereld' aan Heel de Zaal zien.
Er klonk applaus, het gordijn ging dicht en we verlieten het podium.
In de coulissen feliciteerden we elkaar door middel van schouderklopjes en zeiden dingen als 'Ging goed hè?' en 'Klasse man!'
Ja, het was formidabel gegaan.
Jammer dat niet veel later bleek dat één van de dansers, degene bíjna aan het eind, zonder dat ze het wist, bij de freeze haar letter al had laten zien.
En deze letter op het laatst, bij het tonen van 'Heel de Wereld' ondersteboven had gehouden.
De hele clou down the drain.
 
We hebben allemaal heel boos naar eh...haar gekeken.
Lees meer...   (24 reacties)

Uit den ouden doosch.

Column Kinderen 2009
 
Ik had er al zó lang van gedroomd. Dat het mij eindelijk zou gebeuren. Zo vaak had ik het al bij anderen gezien, maar mijn tijd leek nog niet gekomen. Vandaag was het zo ver... 
Ik was De Vrouw Met Twee Huilende Kinderen In De Supermarkt. Eindelijk! Ik hoorde bij de club!Want als je dit nooit is gebeurd, ja mensen, dan ben je eigenlijk gewoon geen echte moeder. Dat is gewoon zo.
Naast nachtvoedingen en spuitpoep is dit een must voor het moederschap.
Dit alles gebeurde natuurlijk heel gezellig bij de kassa.Daar waar je uiteindelijk toch heen moet. En daar waar je, als je er dan bent, ook niet meer weg kunt. Ook niet van de meewarige blikken van andere supermarktbezoekers.
Tijl, tot op dat moment nog volmaakt tevreden in de kinderwagen, begon om onverklaarbare reden te snikken. Snikken. Nee, dat klinkt te zachtjes. Hij begon te huilen. Gewoon hard.
Olivia zette haar ‘ik ben ontzéttend vervelend, al dagen en daarom huil ik om alles’-bui lekker even voort.
Met extra lange uithalen en diepe keelsnikken als special effects voor het winkelende publiek.
En oei oei, wat verval je dan snel in good old omkoperij.
Op mijn hurken fluisterde ik: ‘Wil je even naar de tv kijken?’
Die staat daar namelijk, vlakbij de kassa.
Niet zo logisch, want als kinderen die beeldbuis in de gaten krijgen, sta jij net je pinpas uit je portemonnee te pulken. Om te betalen. Maar dan moet je je eerst nog langs 5 mensen achter je wurmen, die karretjes aan de kant duwen, onderwijl ‘sorry, het spijt me, mag ik even, ik moet er even langs’ mompelen en je kind bij die televisie vandaan plukken. En dan weer terug hè?
Maar nu was het een ge-wél-dige afleidingsmanoeuvre. Dacht ik.Nee. Niet. Ze wou niet naar de tv. Ze wilde doorjanken.
Ik keek een beetje zenuwachtig om me heen. Met zo’n verontschuldigend glimlachje.
En ik zag ontwijkende blikken van mijn so-called medemens.
De vrouw voor mij laadde 20 Bob de Bouwer patés, billendoekjes en lange vingers op de loopband.
Ah! Een moeder dus. Een zielsverwant. Daar kon ik steun verwachten!En ik zette mijn ‘ons kent ons’ gezicht op en probeerde oogcontact te maken.
Ze bleef echter stoïcijns doorladen, de trut. Weinig begrip te verwachten dus.
Dus ik zakte nogmaals door mijn knieën en smiespelde: ‘Wil jíj dadelijk de centjes aan de mevrouw geven?’
Olivia was plots stil en knikte.
Ik kwam overeind en zei wat harder: ‘Zo, en nu is het afgelopen, begrepen?’Zodat ik echt heel erg kordaat en doortastend overkwam. Zelfs Tijl was er stil van.
Er klonk geeneens applaus. Niemand was onder de indruk.
Volgende keer jank ik gewoon héél hard mee.
Dat zal ze leren. Mijn winkelende medemens.
Lees meer...   (9 reacties)
Laatste tweets
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Categorieën
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl - Design by Ontwerpmijndomein.nl