olijfje.punt.nl
Laatste artikelen
'Mama, vertel eens wat over vroeger, toen jij klein was.' vroeg Olivia toen ik haar naar bed bracht.
Dus ik verfde mijn haren grijs, maakte een knotje, pakte mijn breiwerk en mijn kunstheup en ging in de schommelstoel zitten.
 
'Vroeger, toen ik klein was, woonde ik in Schiedam in een flat. Weet je wat dat is? Precies.
We woonden op de bovenste verdieping. Dat was vier hoog.
We hadden daar geen lift dus moest ik altijd heel veel trappen op en af.
Daarom heeft mama nu zo'n gestroomlijnd figuur. (....)
Als ik wilde spelen, dan moest dat altijd buiten op het speelplaatsje waar één klimrek en één schommel stond.
Er was ook een grasveldje.
Maar daar poepte Wodan altijd. Zo heette de hond van een jongen uit de buurt.
Die was fan van Feyenoord. Dat is een voetbalteam. Hij schreef dat ook overal, met een dikke stift op de brievenbussen. Andere jongens krasten dat dan weer door en schreven er Ajax.
Dat is ook een voetbalteam.
Dus op het grasveldje speelden we niet zo vaak. De grote jongens voetbalden daar ook altijd.
En die vond ik een beetje eng.
Alle kinderen uit de flats hadden een speciale lokroep voor hun mama's.
Want als je wat wilde vragen en steeds omhoog moest lopen, dat duurde te lang.
Dus dan gingen we onder aan de flat staan en riepen: 'Maaaaaah-maaaa, Súúú-san roept je, má-ham! Maaaaah-maaaa, Súúú-san roept je, má-ham!'
Als je een lange naam had, zoals bijvoorbeeld Samantha, dan zat je niet zo lekker in het ritme van die lokroep. Dan moest je dat heel snel zeggen.
'Maaaah-maaa, S'mantha roept je, má-ham!'
Soms moest je wel zeven keer roepen, want als mijn mama, jouw oma Haldis, aan het stofzuigen was ofzo, dan hoorde ze dat natuurlijk niet.
Dan kwam ze boven aan de reling van de galerij staan en schreeuwde vriendelijk: 'WAT ÍS ER??!!'
Ja, net als ik tegen jou, als je me twintig keer roept, ja.
En dan vroeg ik om een snoepje of zo. En dan deed oma Haldis dat in een plastic zakje en dan gooide ze dat zó, ploep, vier verdiepingen naar beneden.
Of ze gooide een bal. Of een pop.
Een bal was het leukste. Die stuiterde dan soms tot aan de tweede verdieping weer omhoog.
Precies aan de overkant, in de andere flat, woonde mijn vriendinnetje en als je heel hard riep, kon je met elkaar praten vanuit de galerij.
En naast ons woonde mijn buurjongetje Ralph. Daar speelde ik ook heel veel mee.
Die was dol op Star Wars. Dat is iets voor jongens, met ruimteschepen enzo.
Als het regende? Dan speelden we binnen. Of op de galerij.
Met onze skelters reden we dan heen en weer of we zetten een tent op.
Oma Haldis zat altijd met de buurvrouw buiten op de galerij te kletsen en koffie te drinken.
En Caballero zonder filter te roken.
Onder ons woonde een mevrouw. Die leek op Anita Meyer. Die ken je niet.
Ralph en ik deden wel eens een plastic zakje aan een touwtje en dan was dat onze vlieger.
Of we lieten het zakje heel langzaam naar beneden zakken en soms stopte Anita Meyer er dan iets lekkers in.
Ik deed het een keer met een vuilniszak, omdat die groter was, maar toen zat er toch nog steeds maar één snoepje in. Dat was jammer.
Om de hoek zat de groenteboer. Toen ik heel klein was, noemde ik die de 'Naantjesm'neer'.
Naantjes. Van banaantjes. Ja, da's grappig hè.
Nee, ik vond het niet erg dat we geen tuin hadden.
Ik wist niet eens wat een tuin was.
Ik was altijd buiten op het speelplaatsje. Met mijn fietsje of op mijn rolschaatsen.
Van die blauwe met geel. Daar was ik zo blij mee.
Het speelplaatsje was mijn tuin.
En het huis waar we woonden was heel klein.
 
Ik vond het daar fijn.
Nu slapen jij. Jaja, tuurlijk ben jij wel blij met een tuin. Ik ook hoor.
Nee Wodan is allang dood.
Trusten, poppetje.'
 
 
 
Lees meer...   (29 reacties)
Mijn allerlaatste column voor Kinderen is inmiddels gepubliceerd.
Voor jullie nog even de een-na-laatste.
 
Terwijl ik midden in een haastig ochtendgebeuren zat en zenuwachtig voor mijn kledingkast heen en weer drentelde, hoorde ik beneden veel geschater en gegiechel.
Nu is dat natuurlijk heel normaal in een huishouden met kinderen, maar met vlagen kan ik daar plots enorm van genieten. Niet zelden sluip ik dan even naar de betreffende ruimte waar het lawaai vandaan komt en kijk dan om het hoekje van de deur om het tafereel te bekijken.
Dat broer en zus zoveel lol met elkaar kunnen hebben, dat vind ik iets machtigs moois.
Kijk, ik ben zelf enig kind. Ja, triest hè. Heel zielig.
Toen ik jong…nee, toen ik klein was, heb ik dat helemaal niet als iets vervelends ervaren. Ik was goddank geen verwende blaag.
Als kind van gescheiden ouders kreeg ik zéker niet alles wat mijn hartje begeerde, dus groeide ik op met een aardig besef van de waarden van dingen.
Als ik me verveelde, dan liep ik naar de andere kant van de straat om daar met mijn 2 nichtjes te spelen, die destijds voor mij de zusjesrol invulden.
Als ik geen zin had om te spelen, bleef ik lekker thuis en werd door niemand gestoord. Eigenlijk helemaal prima.
 Ik hoefde niks te delen, maar nu ik ouder word, besef ik me, ik kán ook niks delen.
Tuurlijk heb ik vriendinnen, een man en de rest van mijn sociale contacten, maar echte jeugdherinneringen over het gezinsleven en hoe ik dat beleefd heb, heb ik alléén ervaren en niet gedeeld met een broertje of zusje.
Toen ik jaren geleden zag hoe mijn moeder en haar 3 broers een nóg hechtere band kregen rond het ziekbed van mijn oma, sloeg dat besef opeens keihard toe.
Als één van mijn ouders straks, hopelijk pas over vele jaren, ziek wordt, verzorging nodig heeft en uiteindelijk overlijdt, is er niemand met wie ik dat leed kan dragen zoals je dat kunt met een broer of een zus.
Dan sta ik er alleen voor.
Natuurlijk ben ik een sterke vrouw en heb ik voldoende lieve mensen om me heen, maar toch ben ik dan een beetje jaloers op mensen die dat wel hebben.
En uiteraard zijn er genoeg die het bloed van haar perfecte zus of zijn irritante broer wel kunnen drinken, maar tóch, een bloedband is iets heel speciaals en voor mij helaas volledig onbekend.
Niet zo heel raar dus dat ik vol verwondering en plezier kan kijken naar de interactie tussen mijn kinderen.
Het is niet altijd lol wat de klok slaat en ongetwijfeld zal het gebeuren dat Olivia haar broer de ogen uit wil krabben omdat hij haar pest met haar prille verliefdheden of dat Tijl zijn zus een rotschop wil verkopen omdat ze hem stoort tijdens een computerspelletje.
Maar er komt een moment dat ze zich, net als ik, realiseren hoe waardevol het is om sámen op te mogen groeien.
 
En ik? Ik vraag volgend jaar wéér een broertje aan Sinterklaas….
Lees meer...   (32 reacties)
laatste column Kinderen
 
Mijn eerste column voor Kinderen ging over hoe ik een peutermeisje en een babyjongen naar het kinderdagverblijf bracht.
Mijn laatste column voor Kinderen, dat is deze dus, is niet ver verwijderd van het moment dat ik die babyjongen, die inmiddels uitgegroeid is tot een kleuter, samen met zijn zusje naar school zal brengen.
Vier jaar zijn voorbijgevlogen als een donsveertje in de wind.
Soms dwarrelend en luchtig, soms met een duikvlucht omlaag en daarna weer net zo hard weer omhoog.
Ach ach, wat een prachtige beeldspraak weer!
Maar feit is, ik ben over korte tijd een moeder met twee kinderen op school!
Ik moet zeggen; ik ben er wel blij om, hoor. Want ik was wel een beetje een onzekere jonge moeder. Of misschien beter gezegd: een controlfreak die plots moeder was geworden.
Dat gaat niet zo lekker samen, schijnbaar.
Maar ik heb geleerd en gebikkeld, soms de teugels laten vieren en daar waar nodig met strakke hand geregeerd. En volgens mij doe ik het best aardig.
Olivia is een mini-vrouwtje geworden, met gevoel voor normen en waarden, beleefd en zorgzaam en lijkt daarmee zó ontzettend niet op d’r moeder!
Tijl is veranderd van een schreeuwende baby in een luidruchtige kleuter, met een gestoord gevoel voor humor die graag in het middelpunt van de belangstelling staat en lijkt daarmee, eh, best een beetje op z’n moeder….
Het tijdperk van flesjes, luiers, slaapjes en kinderdagverblijfjuffies is hiermee afgesloten.
Een periode waar het grootste deel van de Kinderenlezeressen nog middenin zit.
Sommigen nog vol onzekerheid, anderen weer alsof ze nooit iets anders gedaan hebben.
Laatst vroeg een vriendin me wat ik nou het leukste vond aan het hebben van kinderen.
Daar moest ik even over nadenken. Ik ben van mezelf geen oermoeder, geen moeder in elke porie van mijn lichaam.
Ik zie ook de beperkingen die het hebben van kinderen me oplevert en je zult me nooit horen zeggen: ‘Je krijgt er zoveel voor terug!’ Want je moet er potdorie ook een hoop voor láten!
Maar na lang nadenken, wist ik het.
Glimlachen. Elke dag.
Om de verbazingwekkende ontwikkeling van mijn kinderen waar ik getuige van mag zijn.
Elke dag een kijkje in hun wonderlijke kinderwereld met een rijke fantasie en een vertederende naïeve visie op de wereld om hun heen.
Dát is de verrijking van je leven; de trots, verbazing en liefde zoals alleen een ouder dat kan voelen. Een gevoel dat bijna niet uit te leggen is.
Ik ben zes jaar moeder. Nachtelijk gepruttel heeft plaats gemaakt voor ‘oh shit, dit spelletje is écht vét moeilijk!’, potjes babyvoeding voor volle pannen met aardappelen en braadworsten.
Tijd om de flesjes in de wilgen te hangen en de Maxi Cosi op Marktplaats te zetten.
Tijd om over andere dingen te gaan schrijven. Schoolpleinperikelen, ouderavonden en huiswerk.
Ik kijk nog even achterom.
Naar mijn 2 baby’s, twee helse bevallingen en een van Zwitsalgeur doordrenkt huis.
En voor me staan twee lachende en ongeduldige kinderen met hun schooltasjes op hun rug.
Daar gaan we!  
Lees meer...
Elke week als ik de Grote Boodschappen doe -niet te verwarren met EEN Grote Boodschap, want die uitdrukking gebruik ik nooit, ik zeg gewoon 'poepen'- vraag ik me af of ik eens een stukje moet schrijven over het inruimen van het boodschappenkrat.
Dat leek me namelijk bijzonder boeiend.
Want ik ga boodschaptechnisch heel strategisch te werk.
Nadat ik die kar heb volgestouwd met zo'n 100 euro aan boodschappen, kom ik bij de kassa en begin ik al een beetje zenuwachtig te worden.
Het volzetten van de loopband luistert namelijk heel erg nauw.
Wil ik dat krat enigszins slim vullen en de alle ruimte optimaal benutten dan moet ik bij de loopband al zeer strategisch te werk gaan.
De pakken melk, Optimel en de flessen frisdrank als eerste.
Daarna het pak Special K en de Cracottes.
Dan al het vlees en zwaardere pot -en fruitwerk.
Heel efficiënt pak ik dit aan. Heel efficiënt.
Maar dán! Begint het kassameisje te bliepen en de band te lopen en wiebel ik nerveus heen en weer tussen de naar beneden schuivende boodschappen en de loopband.
De race tegen de klok is begonnen.
Links gooi ik nog wat zakken appels, chips en wc-papier op de band, pleur dat 'volgende klant bordje' erachter en rechts begin ik in te pakken.
Als een manische tetris ik alles naast en op elkaar en oh oh, wat past het allemaal mooi.
Kijk hoe het pakje Conimex perfect tussen de Evergreen en de Coolbest past!
De spaghetti staat fier naast de rijst en de zak Senseopads omarmt het potje appelmoes.
Gebroederlijk. Hand in hand, kameraden.
Ik zie de bewonderende blikken van de klanten achter mij en ook de cassière is flabbergasted.
Ze fluisteren tegen elkaar: 'Dit zie je niet vaak. Die perfectie! Die trefzekerheid!'
Ik weet zeker dat ze dat zeggen.
De twee kuipjes smeerkaas sluiten naadloos aan op het dekseltje van de filet americain, de Wieger Ketellapper lijkt gemaakt te zijn om op de eieren te lig....
Eieren? Die moeten niet onderop!
Ja. En dan is het bekeken. Mijn ogen schieten naar de loopband, die is bijna leeg, m'n Bonuskaart ligt nog op dat plastic schapje boven de kassa en ik heb óók nog niet mijn pinpas bij de hand.
De gebliepte boodschappen schuiven op en over elkaar heen. Chaos! Massahysterie!
Er rest nu niks anders dan ongecontroleerd gegraai naar zakjes sla en broodjes.
Die moet ik koste wat het kost in veiligheid brengen!
Er volgt gesmijt en gegooi en geprop. Het halfje maanzaad neemt vreemde vormen aan onder het gewicht van 7 Jonagolds. Barbabenno is er niks bij.
Nergens is nog mijn kordate effiency van zojuist te vinden.
Ik ritsrats mijn pinpas door het apparaat, antwoord gedecideerd 'Nee. Nee. Ja. Hetzelfde' op de vragen van de cassière (Wilt u Eftelingzegels? Spaart u koopzegels? Wilt u het bonnetje? Een prettige dag verder!) en duw de volle niet te hanteren kar als een beschonken bestuurder richting de uitgang.
Het begon zo mooi. Maar het eindigt immer in mismaakte broden en kapotte eieren.
Een boodschappendeceptie. Elke week weer.
 
Neen. Ik moet er maar geen stukje over schrijven.
Dat zou zo'n logje zonder fatsoenlijk eind worden. Zonder degelijke verhaallijn zelfs.
 
Goh. De aarde is niet vergaan hè, zaterdag.
Gelukkig maar.
Lees meer...   (31 reacties)
Deze week, vlak voor bedtijd, kreeg mijn dochter (6 jaar en 26 dagen oud) opeens een creatieve brainwave.
Ze zat op haar knieën voor de salontafel, knipte en plakte een boek en begon te schrijven.
Soms peinzend voor zich uit kijkend, dan weer vlijtig pennend met het puntje van haar tong uit de mond. Heel schrijverig zag het eruit.
Ik wilde gaan sporten en als ik weer thuis was, kreeg ik te horen, dan zou het wel af zijn en mocht ik het lezen.
Ik kreeg nog even een sneakpreview en zag op de voorkant staan:
Het Boek van Olivia. Voor de juf.
'Voor de juf?' vroeg ik fronsend en zette een pruillipje op.
Gevoelig als Olivia is, kraste ze het meteen door.
Mooi zo.
En toen ik terugkwam, toen lag het boek op haar nachtkastje.
De schone schrijfster was veranderd in de schone slaapster.
Dus ik las en ik dacht wauw. Meisje toch.
Een verhaal, met een opbouw, een plot en een slot en geïllustreerd ook nog!
 
(Ik moet eerlijkheidshalve zeggen dat ik het natuurlijk heel knap vond, maar ook heel normaal. Ook al heb ik geen idee wat 'normaal' is onder 6-jarigen, maar goed.
Ik vind mijn dochter een intelligente meid, maar ik stimuleer niks, stop geen veren in kontjes en prijs niks de hemel in.
Maar na een gesprek met vriendin B begrijp ik dat het niet héél normaal maar Heel Knap is.
Voor een groep 2-meisje, dat nog helemaal niet hoeft te kunnen schrijven en na hoeft te denken over verhaaltjes en zinsopbouw en dergelijke. Dus. Knap. Ook al missen er hier en daar wat letters en is het Fonetiek Galore.)
 
En dan volgt er nu, speciaal voor jullie, een kleine impressie van Olivia's Eerste Schreden Richting Het Schrijversbestaan.
Want daar stevent ze nu onvermijdelijk op af, so much is clear.
Ja of niet. Want ze wil eigenlijk dierenarts worden. Of paardrijdster.
Het kan zijn dat het verhaal u ietwat bekend voorkomt.
Maar goed, welk verhaal is eigenlijk nog niet verteld he.
En Rapunzel is de laatste tijd nógal vaak bekeken, zeg maar.
Van je beter goed gejat enzo...
 
 
Het boek van Olivia.
Voor de juf Voor papa en mama.
 
 
Pagina 1:
'Er was eens een prinses die woonde in een toren.
En in die toren zat geen deur en ook geen raam en dus de prinses kon dus niet weg.'
 
 
Pagina 5:
'Maar toen kreeg ze het gevoel dat het buiten veel leuker is maar ze moest wel uitkijken want haar mama mocht het niet zien.
Ze liep door het bos onder de bomen en op de bladeren die op de grond liggen.'
 
 
Pagina 9:
'Samen gingen de prinses en de prins verder door het bos.
Opeens zag de prins iets achter een boom. De prinses verstopte zich achter een struik en de prins (..?) zijn zwaard. En toen deed de prins met zijn zwaard een gat in de rug steken van de slechterik en de slechterik viel neer.
De prins zei dat de prinses te voorschijn moest komen.'
 
 
Pagina 11:
'Toen zei de prinses dat de slechterik haar moeder was en de prins zei is jouw mama dan een slechterik. De prinses antwoordde ja en toen gingen ze naar het kasteel en de prinses zei tegen de prins ik heet Roos en de prins zei ik Pal en ze leefden nog lang en gelukkig.'
 
 
En ze kreeg ook nog een nieuwe fiets.
En omdat daar volgens de fietsenboer een reden voor moet zijn (Ben je jarig? Heb je je zwemdiploma gehaald? Is Sinterklaas al bij jullie geweest? Of heb je gewoon een lieve mama?), heeft ze die fiets dus gekregen omdat ze zo mooi schrijven kan.
Simple as that.
Lees meer...   (36 reacties)

Op dit moment zit ik aan de keukentafel met links van mij het aanrecht waar een kleine doch zeer schadelijke bom ontploft is.
Ik bak namelijk cakejes. Negenendertig om precies te zijn.
Olivia was jarig, dat weet u wellicht nog wel, en net toen ik het zweet van het kinderfeestje van me had afgeveegd en tot rust was gekomen in de meivakantie, realiseerde ik me dat ik nog één klein dingetje vergeten was; het Trakteren Op School.
Ohja.
Vorig jaar ging ik mezelf te buiten om cake in frietjesvorm te snijden en die dan in een frietbakje te serveren. Héél leuk. Héél creatief.
Dit jaar zou ik minder moeite nemen dacht ik.
Maar hoe het gebeurd is, geen idee, maar ik zit toch opeens met bakken beslag, rood glazuur, witte stippen, dropveters en meer van die shit te kloten.
Never mind. Alles voor het kind.
Nu ben ik niet zo'n keukenprinsesje hè. Neen.
Niet zo'n bakker. En niet zo'n koker ook nie.
Daar wordt nog wel eens een grapje over gemaakt. Zo van, haha, die Susy. Die kan niet koken.
Oh, je magnetron piept. Ben je aan het koken? Ha. Ha.
Ik kan niet plannen, zet een cake in de oven en verlaat dan het huis.
Bij gebrek aan paneermeel verkruimel ik geen beschuit, want dat heb ik niet, maar Wasa Sesamkrackers.
En ik roerbak óók nog wel eens kant-en-klare bami. Vindt men ook grappig. En een beetje sneu.
Ik vind het net echt.
Maar hee. Af en toe wat verse groenten uit een potje en zo krijgt iedereen tóch zijn vitamientjes binnen hè.
Mensen die goed kunnen koken intimideren mij een beetje.
Vriendinnen kunnen nog wel eens in nét geen geuren en kleuren vertellen over overheerlijke gerechten met voor mij mysterieuze ingrediënten en dan hang ik aan hun lippen.
Ik vind mezelf al een hele pief (pief?) als ik afwijk van het pakje Knorr en een gedurfd snufje zeezout aan het geheel toevoeg. Woewie!
Net als die Masterchefprogramma's. Die hebben een shock-and-aw-effect op mij.
Vorig jáár! Dat meiske van 18 dat won. Ik was verbijsterd!
Toen ik 18 was wist ik alleen hoe je jongens een bord spaghetti moest opwarmen in de magnetron, maar meer ook niet.
What can I say. Ik heb het niet van huis uit meegekregen.
Mijn moeder, een volbloed Indonesische, zat achterin de klas bij de Indonesische kookles.
'Wat doe jij hier?', vroeg de kookjuf streng en mijn moeder dook weg achter de hoogblonde dame die voor haar zat.
Mijn moeder heeft het dus ook niet van huis uit meegekregen.
Raar. Want de overdadige maaltijden van mijn oma, waarvoor ze 3 dagen in de keuken stond en ze de gado-gado achter haar oren had zitten, staan me nog helder voor de geest.
 
Eitherway. Het is 22.20 uur en ik sta al 2,5 uur in de keuken.
Ik bak paddenstoelencakejes. Ik ben de ongekroonde keukenkoningin. Ik zweer.
Ik zie eruit alsof ik oorlog heb gevoerd en er een bermbom in mijn gezicht ontploft is en er een verdwaalde scherf in mijn pols terecht is gekomen; met een slagaderlijke bloeding tot gevolg.
Maakt niet uit.
Anders zit ik ook maar wat op de bank.
En morgen eten we gewoon weer *kijkt in vrij lege koelkast* ...soep uit blik en een komkommer.
 
 
Spacecake?                                          Warzone.                    
 
 
Met slagaderlijke glazuurbloeding
 
 
 
En deze en deze.
Lees meer...   (52 reacties)
Vanmiddag was ik 2 uurtjes op vakantie.
Hip strandtentje, de mannen van de Buena Vista Social Club zaten in een hoekje zachtjes te spelen en er werd verse watermeloen geserveerd.
Heel relaxed.
Mijn kinderen maakten levensgevaarlijke sprongen over strandbanken, trokken de trendy witte vliegengordijnen van het plafond, aten zand en trapten met hun blote voeten in stekelplanten.
Heel relaxed. Zoals ik al zei. Ja nee, maar echt.
En zo ziet het er uit zonder geluid.
 
 
 
 
 
 
 
 
En zo met geluid:
 
Maar morgen gaat de vakantie zelf even op vakantie, als ik de weerlui mag geloven.
Overigens zag ik vandaag Peter Timofeef.
Ik moet daar nog steeds aan wennen. Dat hij geen snor meer heeft.
Ik wéét het niet. Peter Timofeef zonder snor is als....*zoekt een enorm grappige vergelijking*...als als als *faalt jammerlijk*.
God. Wisten jullie dat er in een pakje Honig aspergesoep maar een half procent asperge zit?
Dat komt neer op, en ik heb het echt persoonlijk uitgerekend hoor, jaja, dat komt neer op dríe centimeter asperge in een pan van anderhalve liter soep.
Tis wat hè. Godsgeklaagd. Echt waar.
En nu niet allemaal gaan lopen roepen dat je 'ook geen pákjes soep moet gebruiken, maar het zélf moet maken', want dat weet ik heus wel. En dat doe ik ook altijd hoor.
Ik probeer enkel dit stukje wat op te leuken met een interessant feitje dat ik net op Nu.nl las.
Waarom geen idee.
Want de foto's zijn best leuk. Als je van baggerkwaliteit houdt.
Ik had ook kunnen kiezen voor dat verhaal van die meneer met dat getransplanteerde gezicht, maar da's een beetje jakkie.
Nou goed. Wat zit ik nog hier?
Ik ga mijn zweterige sportschoollijf op den bank neervlijen en me voor het eerst wagen aan een handje Patatje Joppie-chips.
Yes people, you read it good. Patatje Joppie-chips.
Ik bedoel maar. The sky is the limit.
Lees meer...   (18 reacties)
 
(Vanochtend schalde Johnny Logan's What's another year uit de Radio2-ether.
Die zijn namelijk hélemaal into het songfestival. Leuk. Zo word je nog eens ge..eh-trakteerd op Frizzle Sizzle....)
 
Met een blik op de kalender realiseerde ik me plotseling dat Mijn Grote Verre Enorm Spannende Solo Reis bijna een jaar geleden is.
Veertien mei 2010.
Het lijkt alweer zó lang geleden en zo ver weg.
Nu is een jaar ook best lang en Indonesië ook best ver weg, dus dat gevoel klopt wel een beetje.
Ik kan me soms bijna niet voorstellen dat ik het werkelijk gedaan en meegemaakt heb.
Ik baal er wel een beetje van dat zo'n ervaring binnen een jaar in een vage herinnering verandert.
Een mooie herinnering, dat wel.
Die ik graag bij tijd en wijle eens nalees.
En ook navertel. Al was het maar om de reactie van -meestal een moeder- te peilen.
Zo hing ik laatst aan een denkbeeldig schavot toen ik vertelde alleen op reis te zijn geweest.
'Hoe bedoel je alleen?' Nou, alleen alleen.
En ik zag haar denken: Ontaard! Brandstapel! Jeanne d'Arc!
Hahaha! En: tsssss.
 
Nu mijn oud-collega Debbie haar baan heeft opgezegd en in juni voor een half jaar naar Donesië* vertrekt, hunker ik stiekem enorm terug naar die luttele 10 dagen.
Nou. Niet echt stiekem. Want ik roep nogal luid elke keer dat ik haar spreek DAT IK ZÓ ONTZETTEND JALOERS BEN!
En ik mail haar in capslock.
Ze gaat daar aan het werk voor haar eigen stagebureautje dat weer nauw verbonden is met Stichting Lombok Care dat dan weer geweldige nuttige projecten opzet, zoals het opknappen van bouwvallige weeshuizen en dergelijke.
Dus niet alleen is ze dadelijk daar in dat prachtige land; ze is óók nog eens enorm zínvol bezig!
Daar bij al die vriendelijke mensen, de prachtige natuur en heerlijke geuren.
De trut.
Oh! Maar zinvol ben ik natuurlijk ook.
Van grote betekenis voor familie, vrienden en de afname van Martini Bianco in de lokale bar-dancing, maar da's tóch anders hè.
 
Maar goed.
Ik ga nog wel eens terug. Binnenkort. Of over een hele tijd. Alleen. Of niet alleen.
Tot die tijd geniet ik nog na.
Want zo'n herinnering is wel lekker lang houdbaar.
 
 
 
 
 
*Olivia dacht dat ik in Donesië was.
Ik heb haar nooit verbeterd. Vond het zo mooi gevonden.
 
Lees meer...   (30 reacties)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ontbijt op bed, liedje uit kinderkeeltje, mooi.
Dierentuin in Duisburg, veel dikke Duitsers, veel pommes mit mayo.
Dolfijnenshow mit Delphi, Ivo und Pepina. Sehr toll.
Delphi of Ivo of Pepina sloeg met volle kracht een bal tegen mijn dochters voorhoofd.
Haha!
Oh.
We werden niet nat.
Ook al waren die ersten fünf Reihen gegarandiert von STARKEN Spritz.
Ofzoiets.
Ik ben niet zo goed in Duits. Ik maakte ook met 2 handen een wapperend gebaar toen ik doelde op de vlinderballon die Olivia graag wilde hebben.
'Ein Schmetterling?'
Ja. Das seg ich. Een Smetterling ja.
Olifant deed de moonwalk.
Otters. Grote schildpadden. Kleine ook.
Luie leeuw. Trage tijger.
Tijlie die moe was. Luiaard ook.
Lange giraffen. Maar dat schijnt vaker voor te komen.
 
En toen asperges bij oma.
Lees meer...   (11 reacties)
Hoewel ik regelmatig schrijf en veel lees, ontbreekt het mij soms inene aan parate woordenkennis.
Ik heb dat voornamelijk met het gebruik van de juiste werkwoorden.
Dan wil ik iets zeggen, misschien iets nét te interessants en dan stok ik gewoon ergens aan het einde van de zin, omdat ik het juiste werkwoord niet meer weet.
Zo wilde ik laatst zeggen: 'Toch kan ik me niet aan de.'
Dat zei ik dus ook maar dat is geen zin.
Ik kan me niet aan de. Ik kan me niet aan de. Gedachte onttrekken?
Ja, dat is het.
Maar dan zeg ik maar gewoon niets. Liever dat dan me verkeerd uitdrukken.
Toen ik een tijdje terug in een sollicitatiegesprek zat en de meneer informeerde naar mijn schrijfwerk en aanverwante zaken, wilde ik daar even heel blasé over gaan oreren maar liep vast toen ik wilde zeggen: 'Nouhou, dat klinkt me als....'
Als wat? Goud? Water? Engeltjes?
Muziek. Dat weet ik inmiddels.
 
Misschien ben ik niet het type om spreekwoorden te gebruiken maar soms komt de zeventigerjarenhuisvrouw opeens in me naar boven borrelen en wil ik heel graag zeggen: Nou en toen waren de rapen gaar!
Omdat ik eigenlijk niet zo goed weet wat rapen zijn en het ook nog klinkt als een werkwoord weet ik dan niet of de garen raap zijn of de gapen raar.
Ook met de kers of de aarbei op de slagroom. Of op de taart? Of de slagroom op de taart?
Dan raak ik weer in de war met het neusje op de zalm, al die etenswaren vliegen me tenslotte om de oren, maar dan heb je weer een hele andere betekenis aan het handje.
 
Zelfstandig naamwoorden zijn niet zo problematisch.
Ik weet dat een tafel een tafel is, een paardensportwinkel een paardensportwinkel en na heel lang nadenken dat een beautycase een beautycase is.
Het énige voorwerp dat ik niet kan benoemen is een plantenspuit.
Dat komt waarschijnlijk omdat zijn uiterlijk totaal niet verraadt hoe het zou kunnen heten.
Ik zie plastic, ik zie water, ik denk nat.
Ik zie het in de handen van de kapper en in die van de kinderen.
Maar ik zie het nooit in de handen van iemand die ermee naar een plant loopt en daar vervolgens dan wild op begint te spuiten.
Als ik het ding wil benoemen, maak ik een trekkeroverhalendevingerbeweging en zeg 'Dat waterding. Weet je wel. Pshh-pshh.'
 
Vreemd (of irritant) genoeg heb ik er geen problemen mee op momenten dat het niet noodzakelijk (of gewenst) is.
Zo stond ik laatst in een verhit gesprek met onze lokale Blokhakmeneer.
Ik had laarsproblemen die niet opgelost konden worden maar ik liet me niet zomaar wegsturen.
De meneer begon een ingewikkeld verhaal over hakken en hoe moeilijk dat allemaal was en voor ik het wist leunde ik fronsend naar hem toe en zei: 'Hee. Je gaat me toch geen hak zetten, hè?'
Om vervolgens verontschuldigend te ginnegappen en naar de overige 4 klanten te kijken die, heel raar, stug voor zich uitkeken.
Meneer ginnegapte niet mee en ging onverstoorbaar verder over de moeilijke herstelwerkzaamheden en dat hij dat niet zelf kon en, wóp, daar was ik weer: 'Nee, je moet wel bij je leest blijven! Schoenmakertjee!'
Inmiddels hinnikte ik al wat harder, vond mezelf bijzonder komisch en dat was het misschien ook geweest als het daarbij gestopt was.
Hij keek me even zwijgend aan en hervatte zijn verhaal.
Dat het nog maar een kwestie van tijd was dat mijn hak er zou afvallen.
Ik onderbrak hem gierend, zei dat ik natuurlijk níet naast mijn schoenen wilde gaan lopen en sloeg van gekkigheid met mijn hand op de balie.
Dat was het moment dat de hele Blokhak stil viel, ik het inmiddels uitgestoken oranje tasje met mijn laarzen erin aanpakte en schoorvoetend (....) het pand verliet.
 
Ik heb nog altijd geen idee waar de schoen nou precies wringde.
Wrong.
 
Moraal van het verha-
 
en toen viel mijn internet eruit, typte ik dit héle stukje gewoon nog eens, vloekend en tierend, terwijl de moed me in de....juist.
Lees meer...   (33 reacties)
Laatste tweets
Categorieën
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl - Design by Ontwerpmijndomein.nl