 |
 |
 |
Tijl
|
20 November 2009 | 14:59:35
Och kiek dan.
Gelijk 2 fotomodellekes.
Want we waren op Janna's verjaardag.
Die werd vandaag 2 jaar!
Daar aten we chocoladepepernoten.
En knuffelde ik met Saar.
Tijl speelde met de garage en met het servies.
Ik kreeg cappuccino en geen vleesspies.
Kim maakte wat foto's en verschoonde een luier.
Sommige vrouwen die trouwen, dragen een sluier.
Op het schoolplein sprak een moeder tegen haar kind:
'Mama kan niet zo goed zuigen.'
Ik kreeg een ongewenste visualisatie die me nog lang zal..eh..huigen. (Van Jan. Jan Huygen)
Toen haalde ik Olivia's kast leeg want morgen komt een nieuwe.
En ik lag op de bank en dacht aan een vis.
Want die heeft kieuwen.
Nu luister ik naar dat Janssen-meisje met het Use Somebody-lied.
Ik mompelzing wat mee, maar zo goed als zij kan ik het niet.
Nu is die Giovanca ook opeens hot,
terwijl ik haar al way back in juli had gespot.
Ik ga zo naar de winkel voor pepernoten en kroepoek.
Octavie krijgt bijna een baby
en die stopt ze in een draagdoek.
Komt er nog wat leuks op de televisie?
Gatverjakkes.
Dit gerijm is vreselijk cheezy.
Dus stop ik ermee.
poppele-poppele-pee.
We nemen even de agenda van volgende week door omdat ik niks anders heb om over te schrijven. Do you mind?
Susy maakt van álles mee
|
19 November 2009 | 15:39:48
 Dus maandagmorgen tussen elf en twaalf worden mijn kinderen in een sporthal verwacht om daar een spuit in hun tere armpjes gejast te krijgen.
De akoestiek van een sporthal en de aanwezigheid van talloze kinderen tussen de nul en vier jaar, die vast allemaal laaiend enthousiast zijn over die grote enge naald, geeft mij het idee dat het een vrolijk prikfeestje gaat worden.
Maandagavond naar school voor een 10-minutengesprek dat ingepland staat van 19.00 uur tot 19.15 uur.
Fremd.
Daarna naar het kinderdagverblijf om een Sinterklaascadeau te knutselen voor mijn zoon.
Op de uitnodiging staat: als u een föhn heeft, deze graag meenemen.
Ik verwacht dat we allemaal malle olijke kapsels gaan creëren en daarmee onze kinderen verrassen.
Het enthousiasme zal ongekend zijn.
Dan volgen er nog wat avonden die gekenmerkt zullen worden door sporten en koffie drinken bij vriendinnen cq. nichtjes.
Dan is het vrijdag.
En mag ik me samen met 3 andere dames laten fêteren op de kookkunsten van Iben.
Die hopelijk niet verwacht dat ik op wat voor wijze dan ook bijdraag aan het diner.
Daar ze me gisteren nogal smalend een 'keukenprinses' noemde 'die beter kinderen maakt dan eten', doet me vermoeden dat ik weinig hoef te doen.
Zo fijn soms. Dat mensen een bepaald beeld van je hebben. Dan kun je zo heerlijk aan die verwachtingen voldoen.
Die avond zal ik mijn alcoholische doseringsprobleem in de hand moeten houden, want zaterdagmorgen stap ik in de trein om mijn vriend Rutger in Amsterdam te verblijden met een bezoekje.
En die wil ik graag zonder kegel begroeten.
En dan zegt ie: Pop, wat zie je er leuk úúúít. Of: Kít-tíg!
Dan eet ik sushi en laat me hopelijk nog wat rondrijden door De Grote Stad.
God hee. Misschien moet ik eens naar het Anne Frankhuis.
Wat een cultureel verantwoord idee van mij!
Dan ga ik weer naar huis en zou dan graag slapen tot na de feestdagen.
Of iemand moet zich geroepen voelen om mijn verlanglijstjes zachtjes uit mijn van stress gebalde knuistjes te trekken.
Een rustgevende hand op mijn schouder te leggen en in mijn oor te fluisteren dat ik me geen zorgen hoef te maken en dat alles wel op z'n cadeautechnische pootjes terechtkomt en dan ook nog even 3 gedichten voor me schrijft.
Sinterklaas?
Help.
*piepte ze*
Een gezapig filmpje met veel etensresten en koddige teksten.
Broer&Zus
|
18 November 2009 | 20:40:20
'Mijn neus doet pijn. Weet je wel, dat het lijkt of de lucht die je inademt recht in je hersenen terechtkomt en dat dat aanvoelt alsof er een breinaald door je neusgat omhoog wordt gestoken, recht in je frontaalkwab.
Ken je dat?'
'Nee.'
 Vandaag was ik in de pauze even snel in de supermarkt.
Daar is het op dat tijdstip altijd druk en rommelig.
Opgeschoten jongens lopen er rond met nog warme ham-kaascroissants en blikjes Red Bull dat ze blijkbaar nodig hebben om de andere helft van hun schooldag door te komen.
Ik graaide een yoghurtje met muesli uit het koelvak, een pak Optimel, een maaltijdsalade en zo'n stokbrood om af te bakken waar de kruidenboter al in zit. Die zijn lekker, hè. Ja, lekker.
Ik haastte me richting de kassa, met mijn ellenbogen wat puisterige pubers en trage bejaarden aan de kant duwend.
Toen ik langs de broodafdeling kwam, zag ik daar vers gebakken stokbroden staan.
Hee, dacht ik. Hee, da's handiger. Hoef ik vanavond de oven niet aan te zetten.
Ik pakte een stokbrood en keek naar dat afbakbrood dat ik in mijn volle knuistjes vasthield.
En wat deed ik toen?
Ik legde dat afbakbrood zómaar tussen de slagersachterham en de Parijzer boterhamworst.
Want ik had geen zin om helemaal terug te lopen om dat stomme ding terug te leggen.
Ik keek heel sneaky naar het meisje achter het vlees, of ze het niet zag en maakte me uit de voeten.
Toen ik vier snelle passen gezet had, hoorde ik haar me naroepen: 'Ik ruim het wel op hoor...'
En wat deed ik toen?
Toen deed ik alsof ik haar niet hoorde en ging bij de kassa stoïcijns naar de rug van een man met een staartje staan kijken.
En weet u?
Daar voel ik me nu nóg slecht over.
Dus. Dit was een bekentenis.
Ik ben een stiekeme-bij-de-verkeerde-spullen-winkelteruglegger.
Esmeralda van de Plus op de Donderberg in Roermond: het spijt me.
Ik zal het nooit meer doen.
Waar zondagavonden me toe kunnen drijven.
Susy zegt maar wat
|
15 November 2009 | 22:36:57
 Daar is ie dan mensen. Duh. Sint.
Kwam heden aan in mijn hometown, Schiedam.
Zal ik even een Adèlerig ariaatje weggeven? In my hometooooown!
Niet? Niet.
Daar woonde ik, de eerste negen jaren van mijn bescheiden leven.
Olivia belde met opa Cor (mi padre), om hem te vertellen dat de Sint bij hem 'in de straat' was.
Even tussendoor. Ik vind het echt onbegrijpelijk dat de Sint al int land is.
Serieus. Ergens tussen eind augustus en nu heeft er iemand op de fast forwardknop van De Tijd geduwd,
want voor mijn gevoel lag ik gisteren nog in mijn bikini op de stretcher.
Maar goed. Dat zullen wel de Vreeschlijke Gevolgen van het ouder worden zijn.
Ik keek met een half oog naar de teevee en hoorde Sint opeens euforisch uitroepen dat íedereen vanavond zijn schoen mocht zetten!
Olivia ging door het dolle. Want volgens mama (domme domme mama) mocht het pas morgen, want dan komt Sint naar Roermond, maar nuhu! zéi die. dat het al vanávond mocht!
Ik vervloekte ons Bram en mompelde dat ik hoopte dat dit zijn laatste jaar was en dat ie vervangen zou worden door desnoods Gerard Joling, want die schijnt nu toch kaal te zijn en da's handiger met pruiken en mijters enzo.
Enniewee, ik gromde en vertrok naar de winkel om ergens wat goejekope schoencadeautjes te halen.
Olivia zette daarstraks een bakje gras (?) en water neer voor Americo en zong op volle kracht vijf (!) liedjes met haar hoofd tegen het raam geplakt.
Dan zou ie het vast wel horen.
Tijl zei een paar keer monotoon 'Sintekaasje, Sintekaasje' en vond dat ie daarmee echt wel genoeg had gedaan.
Dus ik at net gras. Slobberde het bakje water leeg en vouwde ondertussen 2 uur was weg.
Sint kwam binnen. Dronk een pilsje, rookte een sigaretje met me in de keuken, propte cadeautjes in schoenen en was er weer van tussen.
Toch best wel een toffe peer.
Oh. De lunch gisteren, met Astrid en Nicole.
Die was natuurlijk hartstikke gezellig!
Kleine Olivia was nog schattiger in real life dan verwacht en Astrid liet haar mooie tweetalige kunstjes doen.
Qu'est-ce que c'est, Olivia? 'Un chien!'. 'Très bieeeeeen!!!'
En dan er wel eerlijk achteraan zeggen, 'leuk hè, kunstjes'.
Oui, zeiden Nicole en ik.
Tijl hing de entertainer uit, lachte overdreven hard en sliste zich een ongeluk toen ie in de gaten had dat dat 'schattig' werd gevonden.
Hij en kleine Olivia speelden hard to get.
Keken alleen af en toe stiekem naar elkaar. Tijl pakte haar op gezette tijden een stuk speelgoed af en uiteindelijk ging zij op de laptop rammen en hij, achter gesloten deuren, televisie kijken.
Een beetje zoals elk huwelijk. Zeg maar.
Die bruidschat is binnen...
Astrid en Nicole gingen toen samen met hun iPhone's spelen en wisselden gillend gadgets uit.
Of apps. Of weet ik hoe het heet.
Want ik zat er natuurlijk heel sneu bij. Met een antieke Nokia die nog nét geen uitschuifbare antenne meer heeft.
Ik kon mijn tranen nauwelijks wegknipperen, want ik moet er natuurlijk ook zó enorm ook één.
Ook al schijn je er niet heel geweldig mee te kunnen bellen.
Maar ach. Kniesoor die daar op let.
Paar fotootjes dan maar?
Twee Olijfjes.
Tijl distantiëert zich.
Of distantieërt zich.
'Lagguuuh', zegt ie.
Nou. Zeker lachen.
Geen commentaar.
(pure jaloezie, dat heeft u toch wel door hè.)
EINDE
 Getjesses wat een stomme week.
Rotweer, veel werk, een begrafenis en net óók nog een rijstwafel die in duuzend stukjes op de grond uit elkaar viel! Ja echt!
Dan schijn ik deze week ook nog met Jan en Alleman in de clinch te liggen, online, offline en vandaag als kers op de slagroom, of slagroom op de kers of kers op de appelmoes of waar houden kersen zich in deze tijd van het jaar eigenlijk op, óók nog telefonisch met een mevrouw van de Neckermann.
Bij wie ik, nouja, niet bij haar persoonlijk natuurlijk, een kast bestelde voor Tijltjes kamer.
Bij het bestellen, gilde de site me enthousiast toe dat ze de kast binnen 2 weken zouden leveren.
Ja. Like. Not. Dus. Da's dus bijna 5 weken geleden.
En wekenlang denk ik er niet aan en opeens zegt mijn moeder: goh rommelig hè op Tijls kamer, en dan denk ik, snotdomme! Inderdaad! Het is een puinhoop! Een puinhoop! Ik moet bellen!
Dat doe ik dan, tijdens deze niet zo beste week, op een niet zo beste dag en nou joh hee, dan zijn de rapen gaar hè.
Maar ik bleef redelijk beleefd, dat wel, alleen vreselijk langdradig en vasthoudend.
Ik weigerde gewoon onverrichter zaken op te hangen.
Terwijl mevrouw Neckermann zich consequent hield aan haar telefonische verkoopcursus, hoofdstuk Slecht Nieuws Brengen, en me herhaaldelijk bleef zeggen dat ze 'begreep dat ik het vervelend vond.'
Vervelend. Vervelend.
Ja. Enorm vervelend ja.
Natúúrlijk kreeg ik geen duidelijkheid en natúúrlijk hing ik op zonder de directeur van Neckermann gesproken te hebben. Gefaald.
God. Nou. En toen kreeg ik het tijdens het boodschappen doen, óók al zo'n feestje dat zich elke donderdag schijnt te herhalen, op mijn heupen.
Want. Morgen krijg ik lunchlui in de huis.
Ja. Want Nicole had weer eens zin in iets gezelligs, dodelijk vermoeiend is dat mens soms, al die gezelligheid, pff, en sprak af met Astrid en yadayadayada, opeens was ik gebombardeerd tot lunchgastvrouwe.
Wooh.
Dus die komt, Astrid dus, vanuit het verre verre Antwerpen met haar Olivia naar mijn Olivia.
Nou, hartstikke leuk natuurlijk! En de bagels liggen al in de diepvries om morgen belegd te worden met zalm en creamcheese.
Tussendoor moet mijn Olivia ook nog naar wéér een kinderfeestje gebracht worden en moet ik haar daarna bij de 'Meedonnels' ophalen.
Ik ben er overigens trots op hè, dat mijn kind McDonalds niet goed kan uitspreken. Want wij komen daar nooit. Olivia weet níet wat een Happy Meal is en daar ben ik trots op.
Al dat vervloekte fastfood, tutututut, nee, ik prefereer gewoon de Casa di Mama-pizza's en de Friki Kip Fingers. Met komkommer on the side voor de nodige vitamientjes.
En eigenlijk moet ik ook nog stofzuigen, maar aangezien alle aanwezige kinderen en zelfs Nicole zich gewoon
vertikaal voortbewegen, laat ik dat lekker zitten.
Nu moet ik nog even een kleine verrassing inpakken voor de genodigden.
Zo ben ik dan ook wel weer.
Bovendien ...ach, ik weet niet meer wat ik zeggen wilde.
Dat is altijd zo jammer hè.
Dat die logjes van mij soms zo abrupt eindi...
Trikkotriet
Olivia
|
11 November 2009 | 15:52:38
 Olivia heeft het al een paar keer gehad over Sint Maarten.
Het feest, niet het eiland.
Ik hoorde ook wat 'dan moet er een moeder mee' en lampionnetjes en 'langs de deuren gaan'.
Wat die juffen ze wel niet allemaal in het hoofd praten, hè?
Nondedju. Nog even en dan komt ze thuis in de verwachting dat Sinterklaas hier óók cadeau's komt brengen. Het idéé!
Zoals elke moeder van een kleuter, mompel ik tijdens haar ellenlange verhalen wel vaker wat van 'hmhm' en 'ooojaa?' en 'goed hoor'.
Ja wat? Alsof jullie altijd luisteren naar wat die kinderen allemaal raaskallen!
Wel? Oh.
Leugenaars.
Nu lag ik vanochtend in bed wat voor me uit te kijken en plakte ik in een helder ogenblik al die door mij opgevangen kreten aan elkaar.
En nu ben ik een beetje bang dat ik per ongeluk ergens ja op heb gezegd en dat ik vanavond in de godvergeten kou bij mensen langs de deur behoor te gaan om ze een vals lied en een weggefikte lampion in hun gezicht te duwen.
Nu maar hopen dat er buiten de lolly's en schuimblokken ook wat glühwein en mini-sushi's worden uitgedeeld. Dat lijkt me toch niet teveel gevraagd?
ps. en oh, nog wat hè.
De 11e van de 11e. Leuk. Ja. Begin carnavalsseizoen. Ja. Leuk.
Maar werkelijk, wirklich, seriously....is het dan echt nodig om om elf uur al compléét uitgedost en compléét beschonken in de stad rond te hangen? Alaafalaaf gillend?
Het duurt nog drie maanden, sicko's! DRIE.MAANDEN!
#importlimburgerdussnaptdittotaalniet
Dancing and singing and cheering and doing the happy times.
Susy zegt maar wat
|
10 November 2009 | 19:36:24
Ik wilde even wat vrolijks doen.
Want per slot van rekening ben ik éigenlijk een heel vrolijk meisje.
En is dit een héél vrolijk weblog.
Maar ik wilde eerst even bovenstaand filmpje plaatsen.
Zag ik gisteren in de herhaling van So You Think You Can Dan Karaty.
Ik vond het werkelijk een prachtige dans.
En denk écht, nee écht, dat ik mijn roeping gemist heb.
I'm a dancer, I moooove to the music.
Nou, kijk zelf maar even.
God ja.
En nou kan ik toch snel niets geinigs vinden. Niet vrolijks.
En ik moet zo weg. Want girlfriends are waiting.
Dus dan maar dit.
Voor alle herfstdepressievelingen.
Een overlijden is altijd treurig. Ongeacht de leeftijd van de overledene.
De vraag die mensen vaak als eerste stellen is: 'Hoe oud was hij/zij?'
En als de leeftijd dan boven de 75 à 80 jaar is, is de vaak gehoorde opmerking dat dat 'een mooie leeftijd' is.
Niemand zal dan vervolgens antwoorden: 'Ja, wij vonden het ook een prachtige leeftijd, neuh, het is helemaal niet erg dat ze is overleden...'
Want het is altijd íemands vader of moeder. Of opa of oma.
Maar begrijp me niet verkeerd. Ik stel ook die vraag en hoor mezelf ook die langgerekte 'oooh' zeggen en het ís ook prachtig als iemand 85 jaar heeft mogen leven.
Want iederéén moet de kans hebben om zoveel jaren van het leven te genieten.
Met alle ups en downs die het leven kent.
Hoe zenuwachtig word ik dan ook deze dagen met die enge Mexicaanse griep die maar wat lukraak om zich heen grijpt en die al net zo enge vaccinaties.
En van de berichten van gestorven jonge kindjes waar ik het liefst mijn ogen en oren voor wil sluiten.
Ik, als minister-president van het kabinet Struisvogel wil dat allemaal niet horen.
Niet weten. En mijn kop graag diep in de grond steken voor die ellende en verdriet.
Want daar zijn we het allemaal over eens, jonge kinderen horen niet te overlijden. Klaar.
En punt uit. Het leven nog voor zich.
Om al die domme dingen te doen die het leven soms een wilde achtbaanrit maken.
Om van al die mooie dingen te kunnen genieten waardoor je de dag begint en eindigt met een grote glimlach op je gezicht.
Om mee te maken hoe het is om iemand te verliezen, jezelf te verliezen en intens verdriet mee te maken.
Morgen kan ik niet struisvogelen.
Dan woon ik de begrafenis van een 53-jarige vrouw bij.
Waar haar kinderen het woord zullen nemen. Het afscheidswoord zullen richten tot hun moeder.
Drieënvijftig jaar is geen mooie leeftijd.
Dat zijn te weinig domme, mooie dingen.
En teveel verliezen.
 Ik zat dus net in de bioscoop met mijn dochter en Bianca en Lois.
We keken naar 'Het Sinterklaasjournaal: de Meezing Moevie.'
Ja lui, het klinkt net zo denderend als het was.
Maar goed, didn't matter, want het draaide om de meisjes natuurlijk.
En die zaten met grote ogen en vooruitstekende voetjes geïmponeerd naar het grote scherm te kijken.
Ondertussen praatten Bianca en ik wat en vrat ik me vol.
In het donker eten, dat doe ik graag.
Dan is het eigenlijk net of je niks eet. Want je ziet het bijna niet.
Dus die 2 zakjes paprikachips, de duosnickers en de zoute popcorn kan ik best als niet-gegeten beschouwen.
Af en toe moest er ook meegezongen worden, vandaar de titel ook, hè, dat lijkt me duidelijk.
Het klonk echter allemaal een beetje timide daar er maar 5 man en een paardekop in de zaal zaten.
En ik had weinig tijd om te zingen vanwege mijn constant malende kaken.
Toch kon ik nog even kwijt aan Bianca, terwijl er een stukje noot uit mijn mond op haar oorlel sprong, dat ik het jammer vond dat ik dat kinderlijke gevoel van Sintmagie kwijt was.
Ik kan het nog wel haarfijn terughalen, daar niet van, maar doordat ik niet meer dat glasharde geloof in die ouwe snoeperd heb, wordt het nooit meer zoals het vroeger was.
God, god. De spánning, de spánning die ik had.
In de gymzaal van de lagere school.
Alle kindjes met van die crêpepapieren Pietenmutsjes op en twintig keer 'Sinterklaasje kom maar binnen met je knecht' inzetten in afwachting van Zijn Komst.
'Nog een keertje, maar nu nóg harder!'
Ondertussen werd er op de gang vast een laatste hand gelegd aan Sint's vermomming, want er bleef misschien een witte wenkbrauw niet zo lekker plakken en ze wilden natuurlijk niet dat Sint werd ontmaskerd en de oom van Claudia dus door de mand viel. Hij had nog wel een tweede kans gekregen, want vorig jaar ging het ook al fout toen juf Belinda per ongeluk op zijn tabberd ging staan en hij zich in blinde paniek aan haar borsten vastklampte om een ontmaskering te voorkomen en juf Belinda nog nét geen aangifte van sexual herrasment deed....
En wij maar zingen. Ik was altijd zó zenuwachtig.
Zou hij mij vragen naar voren te komen?
Want dat wilde ik niet. Zou hij weten dat ik die gulden versnoept had?
Maar ik wilde het ook weer wel. Voor een handvol pepernoten wilde ik best wat verlegen knikken en mijn bedrog toegeven.
Nou goed. Uiteindelijk zongen we weer opgelucht en veel te hard 'Dag Sinterklaasje'.
Want alles leuk en aardig met die ouwe, maar cadeautjes brengen en weer opzouten was natuurlijk wat we het liefste hadden.
Hè verdorie, heb ik nu al een Sinterklaaslogje geschreven?
Ik lijk wel een veel te vroege zak taaitaai in de Albert Heijn.
En Wolter Kroes zat óók nog in de film.
Nou. Dan weet je het wel.
....
Even later.
Nee. Ik bedoel Dries Roelvink.
Bianca. Het was Dries. Niet Kroes.
 'Ik moet jou wel eens uitleggen aan mensen, hoor.'
Zei Iben deze week.
WTF? Mij úitleggen?
'Ja, dat mensen je niet helemaal snappen. Dan moet ik uitleggen dat je best leuk bent.'
WTF? Mij úitleggen?
Uiteraard reageerde ik hier heel volwassen op.
'Oh. Nou ik jou ook zo vaak. Hoor.'
Wat ook zo is overigens, maar dat weet Iben als geen ander.
Nou goed. Ik laat maar even in het midden wat voor indruk ik dus soms op mensen maak, en daar heb ik ook eigenlijk helemaal geen idee van, want volgens mij straal ik niets dan lievigheid en humbleness uit, dus het kan niet anders dan dat ik zo ook overkom.
Maar ik moest wel denken aan wat vriendin Wendy ooit vertelde.
Zij en ik hebben in onze early twenties een paar jaar achter de garderobe van, in those days, de meest populaire bardiscodancingclub van Roermond gewerkt.
Dat was soms heel leuk en soms heel stom.
Soms heel leuk: het is zaterdagavond, je bent in een uitgaansgelegenheid en je verdient ook nog geld.
Soms heel stom: het is zaterdagavond, je bent in een uitgaansgelegenheid en je moet werken.
En je mag niet teveel drinken.
En de mensen om je heen worden steeds beschonkenerererder.
En steeds vervelender.
En raken hun bonnetje kwijt.
En liggen in hun eigen braaksel op de dansvloer waardoor het er niet naar uit ziet dat ze in de nabije toekomst hun jas komen ophalen, terwijl het toch al 03.00 uur is en je echt wel langzaam naar huis zou willen.
Na de shoarma natuurlijk.
Soms heel stom dus.
Dus deden we wel eens wat dingetjes om de boel een beetje op te leuken. Op te smurfen.
Ten eerste schroefden we eigenhandig ons salaris een beetje op, door sommige haakjes dubbel te verkopen.
Een opslag van zo'n, nou, wat zou het geweest zijn, 100 %? Ja zoiets.
En daarnaast amuseerden we ons voornamelijk met het in de maling nemen van de klanten.
Kwam er een groepje jongens binnen, met het dons op hun kinnen en de pus nog onder de nagels omdat Clearasil ook in die dagen geen zak hielp, dan wisten we, zonder elkaar aan te kijken; Tijd Voor Een Verzetje.
Knaapje (ghehe) gaf zijn jas en een gulden (een gúlden!) en ik gaf hem een genummerd bonnetje.
'Hee!!' zei ik dan extatisch. 'Jazéker! 148! Je hebt príjs!'
Wendy, actrice in hart en nieren, rukte het bonnetje dan uit mijn handen, riep 'Nééé! Echt waar?!' en gaf bijna met tranen in haar ogen het bonnetje aan Knaapje, die een beetje beduusd stond te kijken.
'Om twaalf uur kun je je prijs ophalen bij de diskjockey,' zeiden we verrukt.
'Veel plezier ermee!'
Knaapje liep weg, starend naar het bonnetje, onderwijl schouderklopjes van zijn vriendjes incasserend.
Rond twaalf uur zaten we dan al handenwrijvend op onze niet-comfortabele krukjes te wachten.
En alleen maar om die ene zin te horen die tussen de Macarena en Gangsta's Paradise door, door de luidsprekers schalde. 'Suus en Wendy...káppen nou.'
Ja.
Nou.
Wij vonden dat leuk.
Alleen al het idee van zo'n jongen en een niet-begrijpende diskjockey...Nouja. Ehm. Goed.
En dan wilde ik ook nog vertellen over die avond dat we deden dat Wendy een Franse exchange student was en dus zogenaamd niemand verstond en iedereen héél hard tegen haar ging praten want dat doe je bij buitenlanders.
Of die avond dat we de jassen niet ophingen, maar stoïcijns aantrokken, de één over de ander, zonder dat ook maar íemand commentaar leverde.
Maar waar het om ging.
Later vertelde Wendy dat iemand verteld had, dat ze op zaterdagavond altijd eerst even om de hoek van de deur keken, om te zien wie er achter de garderobe zaten.
Als zij of ik dat bleek te zijn, of helemaal erg, een combi van ons, dan gingen ze eerst naar een andere kroeg om dáár hun jas op te hangen. Hahaha!
Ik vind het een kostelijk verhaal. Kóstelijk.
Ik hoef u mij toch niet uit te leggen, hè?
Of nu opeens wel?
ps. iemand die mij persoonlijk kent, mag best in de reactiebox achterlaten dat ik eigenlijk heel lief ben.Voor het evenwicht. Want dat ben ik. En dat word ik zo graag gevonden.
Vijfenvijftig Susy's.
Ja, weet u, eigenlijk snap ik dat Daily Mugshot gebeuren niet zo heel erg.
Als ik die foto's van mezelf bekijk, zie ik niks dan aftakeling. Aftakeling!
Het begint nog allemaal lekker fris en zomers, maar hoe verder in de tijd hoe bleker en vermoeider.
En dunner. Dat dan weer wel.
Elke dag een foto van jezelf maken?! Waarom? Om jezelf ouder te zien worden!?
Maar goed. Vreemd genoeg doe ik het toch elke keer weer.
Nou, niet elke dag.
Want ik betrap mezelf erop dat ik soms denk; oh hee, vandaag maar geen Mugshot, want ik heb alwéér die trui aan.
En soms denk ik; oh hee, vandaag maar geen Mugshot want volgens mij heeft zich vannacht een plastisch chirurg in opleiding zich lelijk versneden in mijn gezicht.
But good.
Vijfenvijftig keer Susy.
En wát een kameleon hè. Altijd anders.
I'm a bitch, I'm a lover,
I'm a child, I'm a mother,
I'm a sinner, I'm a saint.
Heute.
Kidspics and moviestuff.
Broer&Zus
|
05 November 2009 | 08:51:28
Tijl's wangetjes krijgen al mijn liefde.
Dat snapt u vast.
Of ik klaar ben met de foto, zegt die blik.
Dan kan de muts weer af.
Diademen zijn meer zijn ding.
Regenachtige dag = tent maken.
En daar natuurlijk in slapen.
Met een zaklamp. Want het is héél donker.
Little.... Auntie Amber
Ik maakte die foto van Olivia en ik dacht: fokking hell.
Ik ken er al zo één.
Auntie Amber dus.
Wie zegt er nog dat mijn dochter op mij lijkt?!
Dacht ik al.
Overigens, denkt u alstublieft niet in die laatste seconden van het filmpje
dat Olivia het slachtoffer is van Tijl's happyslapping, of happykicking
dat ik vervolgens kwijlend als een ramptoerist heb vastgelegd.
Nee. Hij staat gewoon wat op haar haar.
En zij lacht daarom.
Dus.
Hij zag het leven voorbijflitsen in stralen van licht. Het leven.
Vanaf een parkeerplaats bij het tankstation bekeek hij de voorbijrazende auto's.
Het was donker, het regende. De herfst was in alles aanwezig.
Door alleen naar buiten te kijken, had je geen idee welk tijdstip het was.
Het kon ochtend en avond zijn. Een onzijdig tijdstip.
Hij deed het lampje in de auto aan en boog voorover naar het achteruitkijkspiegeltje.
Bekeek zichzelf van dichtbij. Er zaten 2 sneetjes op zijn wang met wat geronnen bloed van het scheren vanochtend.
Hij maakte zijn wijsvinger nat, stak zijn onderkaak naar voren en veegde de kleine vlekjes bloed weg.
Buiten werd het langzaam lichter.
De lantaarnpalen doofden, maar de stroom auto's ging nog onverminderd voort.
Hij leunde achterover, veerde toen weer overeind om de radio aan te zetten.
Stilte. Hij hield er niet van.
De diskjockey lachte daverend om een flauwe grap van zijn sidekick.
Hij had het altijd een akelig mannetje gevonden, maar hij veranderde de zender niet.
Stemmen om hem heen, al waren ze hysterisch en praatten ze niet tegen hem, waren aangenaam.
Lawaai, geluiden, ruis in welke vorm dan ook, blokkeerde de stroom gedachten in zijn hoofd.
Denken. Hij had het te veel gedaan. Te lang. En altijd zonder uitkomst.
'Zit je weer te piekeren?' zei zij altijd als ze hem weer op een frons betrapte.
Daarna knipoogte ze naar hem en ging verder met haar bezigheden.
De was of het verschonen van de luier van hun dochtertje.
Hij slikte even. Zijn meisjes.
Er klonk een liedje dat hem verraste, uit zijn tijd.
Hij draaide aan de volumeknop en zong mee. Hard en vals.
Even bewoog hij zijn hoofd mee op de muziek, maar daar stopte hij weer snel mee.
Er druppelde nog maar een enkele auto over de snelweg.
Mensen zaten op kantoor of op school.
Dronken koffie. Praatten met collega's. En gingen aan de slag.
'Werken.'
Het woord liet een wrange nasmaak achter in zijn mond.
Hij deed even zijn ogen dicht en dutte weg. Niet langer dan een half uur.
Met een papieren zakdoek veegde hij wat stof weg van het dashboard.
Daarna haalde hij bij het tankstation een emmer water en een spons en maakte zijn voorruit schoon.
In de auto bekeek hij de inhoud van zijn broodtrommeltje.
Twee broodjes en een appel.
Een briefje. 'Eet smakelijk, harde werker! x'
Het was twaalf uur. Pauze.
Hij at alles op en vond daarna in zijn jas op de achterbank een verkreukeld pakje sigaretten.
Buiten. De rook en kou blies hij in dikke wolken uit zijn mond.
Hij keek op zijn horloge. 'Zo, de dag is weer doormidden.' Hij wreef in zijn handen en bolde zijn rug.
In de auto zette hij de radiator hoog en liet de warme lucht de auto rondblazen.
Nog een paar uurtjes, dan kon hij weer naar huis rijden.
Waar ze op hem zouden wachten in een geur van avondeten en de warmte van volledig vertrouwen.
Ze zou hem de baby in zijn armen drukken en tegen het kleine meisje zeggen: 'Knuffel maar lekker met papa, dat heeft ie wel verdiend.'
En tegen hem: 'We kunnen zo aan tafel, schat. Je zult wel honger hebben.'
En hij zou glimlachen en zijn neus tegen het zachte gummi-achtige wangetje drukken.
De geur van zijn kind opsnuiven.
En morgen. Morgen zou hij het zeggen.
Natuurlijk.
Misschien vanavond al.
 'Nou. Zeg maar wat je wilt weten. Wat wil je opzoeken?'
Dat was de vraag die mijn vriendje ergens in 1995 of 1996 aan me stelde.
Op zijn studentenkamer stond een bureautje en op het bureautje stond een computer en op de computer was....Het Internet. *fluisterend uitspreken*
Het Internet....Woeeeeeeh....!
Ik weet nog dat ik een beetje verstoord op keek van mijn Tetriscomputerspelletje of wat was het dat ons in die tijd bezighield?
Weten? Opzoeken? En ik trok ongetwijfeld één van mijn meest intelligente blikken.
Ach ach, ik was 20, wist ik niet alles al? Van des levens en des liefdes, door de wol geverfd.
Wat kon er possibly zijn dat ík nog moest weten?
'Nou, bijvoorbeeld eh...hoe laat het is in Amerika. Of eh...'
Hij wist het ook niet precies. Maar álles wat ik wilde weten, was wel dáár in die computer, op dat geheimzinnige Internet te vinden.
Langzaamaan hoorde je wel eens wat world wide web-adressen voorbij komen.
Daar had je dan wel pen en papier voor nodig om die te noteren.
Als iemand tegen je begon met, dús, dan gá je naaaaar...haa tee tee pee, dubbele punt slash slash...wel zo'n naar rechts overhellende slash hè....Da's echt machtig mooi! Kijk maar eens. Dus op haa tee tee pee.....
Nou, voor je daar dan eenmaal was, want eerst moest je natuurlijk ook inbellen!
Inbellen! Tututututu...ie èh ie èh...kggggggggg!
Ja mensen. Het Internet.
Het kon me nog niet zo boeien, in die tijd.
Echter, toen we er in 2001 op het werk achter kwamen, dat we opééns internet hadden, barstten mijn collega en ik in tranen uit van geluk.
Dat werd overigens niet hardop gecommuniceerd binnen het bedrijf.
Ze zeiden alleen, we hebben nu intranet en daarmee kunnen we heel handig tussen de vestigingen kandidaten uitwiss....
Jeeej! Internet. In-ter-net!
Ik belde luid gillend Bianca op, we hebben internet! Internet zeg ik je!
En Bianca jankte in stilte, want die was net van baan gewisseld en die had dat daar niet.
Ik ben nu heel hard aan het denken waar ik me in die tijd dan mee amuseerde op die digitale snelweg.
Want ik heb het hier over het pre-weblog en pre-Twittertijdperk.
Ik deed nog niet aan Hyves, of Facebook, dat bestond ook niet, maar wát, wát deed ik dan?
Volgens mij alleen wat MSN-en ' w8 ff, zulle we ff chtt, sjikster, egt lachu!!!!  ', en e-cards versturen en hooguit wat informatie opzoeken van het vakantieland van dat jaar, om vervolgens de reis natuurlijk heel veilig bij het lokale reisbureau te boeken.
Hahaha, ohja, Chatplaza, daar heb ik me ook nog wel een blauwe maandag
en dinsdag, woensdag, don..
opgehouden.
En nu? Nu zou ik een kleine dood sterven zonder de aanwezigheid van internet.
Natuurlijk, vroeger kon het ook, vroegahvroegah, maar ik zou het er erg zwaar mee hebben.
Gelukkig heb ik nog een vriendin in mijn omgeving, bij wie de rijksdaalders nog van hout zijn, die me laatst belde en zei dat ze het telefoonnummer van die-en-die niet kon vinden in het telefoonboek en óók niet in de Gouden Gids!
Ja. Zo ging dat vroeger en in sommige huishoudens nog steeds.
Ach. Wat wisten we toen vreselijk weinig.
Of: Wat wisten we toen heerlijk weinig.
Ignorance is such a bliss.
nb. Ohja! Ilse en Yahoo. Zoekmachines. Nouja. Dan had je die gevonden en dan moest je nóg gaan zoeken.
Naar wat? Weet u het nog?
|
|
|
|
|